From Cupido and Sideron: childen as gifts/kinderen als cadeautjes

English below

Kinderen als cadeautjes / Children as gifts

Nicolas Bernard Lepicie, Louis Philippe Duc de Valois (hertog van Chartres), 1773. Na de dood van zijn vader in 1785 werd Louis Philippe tevens hertog van Orléans. In de wieg ligt zijn zoon Louis Philippe. De kleine donkere jongen naast de wieg kan bijna niemand anders zijn dan de ongeveer driejarige Scipion.

In de achttiende en in andere eeuwen was het in Europa heel normaal om Afrikaanse kindjes cadeau te geven. De Franse gouverneur in Senegal, Stanislas Jean, chevalier de Boufflers, beschrijft in brieven hoe hij kinderen selecteert voor de hoge adel in Frankrijk. 1786: ‘Ik ben net bezig een klein Afrikaans meisje van twee of drie jaar oud te kopen om naar madame de hertogin van Orléans te sturen […]. Haar ogen zijn als kleine sterren en haar verschijning is zo zacht en rustig, dat ik tot tranen toe geroerd ben als ik aan haar denk.

Dit meisje van twee of drie jaar was zeker niet het eerste Afrikaanse kind bij de familie van Orléans. De hertog en hertogin van Orléans (voorheen van Chartres) verzamelden al langer piepjonge Afrikaanse kinderen. Hoe jong, is vastgelegd op een schilderij van Nicolas-Bernard Lépicié uit 1773. De hertog staat bij de wieg van zijn pasgeboren zoon Louis- Philippe, later de laatste koning van Frankrijk Louis Philippe I. Naast de wieg staat een Afrikaanse dreumes in kostbare kleding en met een tulbandje op. Hij is vrijwel zeker de jongste aanwinst Scipion van een jaar of vier. Op dat moment waren er ten minste nog drie jongens en mannen met een Afrikaans uiterlijk bij de familie: Aladin, Narcisse en Édouard. De schrijfster madame de Genlis schetste in haar Belles actions véritables faites par des domestiques nègres hun karakters:

Madame de Genlis oil on canvas, laid down on board 74 x 60 cm 1790

‘De prinsen van het huis Orléans hielden van negers, omdat er zich onder hen excellente bedienden bevinden; er zijn op het Koninklijk Paleis altijd, zowel voor als tijdens de revolutie, verschillende negers geweest. Aladin, eerste jongen in de Garderobe, bekend om zijn trouw op alle mogelijke wijzen; Édouard, die verschillende jaren diende op Belle-Chasse en die zoveel overdraagt aan de jonge prinsen vanwege zijn ijver, energie en intelligentie; Narcisse, die een bijzonder gevoel voor muziek heeft ontwikkeld; Scipion, de meest opvallende vanwege zijn geest, gevoeligheid en moed.’

Scipion was geen cadeautje maar volgens De Genlis door de hertog gekocht op drieënhalfjarige leeftijd voor duizend écu (Franse munteenheid) van een kolonist uit Saint-Dominique. De kinderen dienden tot een jaar of acht vooral als speeltjes voor de adellijke vrouwen. Behalve deze vier jongens, groeide bij de familie het meisje négresse Karissa en het jongetje Auguste op.

Narcisse, jeune serviteur noir de la famille d’Orléans Pierre noire, sanguine, aquarelle et gouache – 32 x 18,5 cm Chantilly, Musée Condé

Gouverneur Boufflers nam in 1786 meer kinderen mee uit Senegal: een jongetje voor gravin de Sabran, die Vendredi (Vrijdag) werd genoemd; een jongen met de naam Zimco voor Madame de Blot; en een meisje met de naam Ourika voor maarschalk de Beauvau-Craon en zijn echtgenote. Ourika zal enige bekendheid krijgen omdat er een roman Ourika (1823) en een toneelstuk over haar geschreven werden: Ourika, ou l’orpheline africaine (1824).

Voor koningin Marie-Antoinette van Frankrijk had Boufflers geen kind bij zich maar een papegaai, hetgeen haar enorm teleurstelde.

Vandaar dat zij het jaar erop een klein Indiaantje, zoals de kinderen genoemd werden, van vijf à zes jaar oud, kreeg. Zijn leven is beschreven in Le petit Indien de la reine Marie- Antoinette. Hieruit blijkt dat de kleine jongen de naam Jean Amilcar kreeg en in het paleis te Versailles kwam te wonen. In tegenstelling tot de kinderen van de hertog van Orléans werd hij geen speeltje voor de koningin, maar opgeleid om dienst te kunnen doen aan het hof. Hij had echter de grote pech dat hij twee jaar voor het uitbreken van de Franse Revolutie aankwam in Frankrijk. Na de ontruiming van Versailles gaf Marie-Antoinette opdracht de zevenjarige Jean Amilcar onder te brengen in het pension van Quentin Bledon in Saint- Cloud. Vier jaar later verloor Marie-Antoinette haar hoofd onder de guillotine en was niemand meer verantwoordelijk voor de jongen. Uiteindelijk kreeg hij van de staat een opleiding tot kunstschilder. Maar zoals zo veel kinderen in die tijd stierf hij jong, op veertienjarige leeftijd, aan een ziekte.

Deze met naam genoemde jongens en meisjes zijn enkele voorbeelden van de honderden, of meer, Afrikaanse en Caribische kinderen die zo Europa in zijn gekomen. In andere Noord- en West-Europese landen, waar men meedeed aan de mensenhandel en Caribische koloniën bezat, zijn vergelijkbare geschiedenissen te vinden. En ook Europese hoven zonder een directe lijn met de slavenhandel importeerden zwarte kinderen en volwassenen. De West-Indische Compagnie (wic) van Nederland en andere compagnieën en handelshuizen hielpen daarbij.

Het grootste deel van de mensen met een Afrikaanse achtergrond ging de bediening in of kreeg een functie als muzikant in een regiment. Ze lieten, op een paar na en voor zover bekend, weinig op schrift na. De in de Republiek weggegeven of verkochte kinderen kwamen meestal van de kust van Guinea, Suriname of de Antillen. Daar lijkt het weggeven van kinderen een normale praktijk te zijn geweest bij wic-gouverneurs en handelshuizen. Een van hen, Jacob Bosvelt, de gouverneur van Curaçao, schreef in een verslag aan de wic in Amsterdam: ‘De meisjes, die maar doodeters zijn, ben ik bezig te verruilen, ieder voor een goede neger die werken kan, zoals mijn dochter een van tien genomen had.’ Kort hierna stierf Bosvelt en bleek hij nog veel meer kinderen te hebben geruild. Zijn opvolger Jean Rodier ging door met het weggeven van kinderen.

Dit is een verkorte versie van het eerste hoofdstuk uit Cupido en Sideron. Twee Moren aan hof van Oranje. Het boek gaat over twee jongens die aan het Stadhouderlijk hof van Den Haag terechtkomen.

Zie ook over Orleans en Marie Antoinette hier.

English

In the eighteenth and other centuries it was quite normal in Europe to give African children as a present. The French governor in Senegal, Stanislas Jean, chevalier de Boufflers, describes in letters how he selects children for the high nobility in France. 1786: “I am just buying a little African girl of two or three years old to send to Madame the Duchess of Orleans […]. Her eyes are like little stars and her appearance is so soft and calm that I am moved to tears when I think of her. “

This girl of two or three years was certainly not the first African child in the family of Orléans. The Duke and Duchess of Orléans (formerly of Chartres) had been collecting very young African children for some time. How young is recorded in a painting by Nicolas-Bernard Lépicié from 1773 (see first picture). The duke stands at the cradle of his newborn son Louis-Philippe, later the last king of France Louis Philippe I. Next to the cradle is an African toddler in precious clothing. and wearing a turban. He is almost certainly Scipion’s youngest acquisition of about four years old. At that time there were at least three more boys and men of African appearance with the family: Aladin, Narcisse and Édouard. The writer Madame de Genlis outlined their characters in her Belles actions véritables faites par des domestiques nègres:

The princes of the House of Orleans liked Negroes because among them there are excellent servants; there have always been several Negroes at the Royal Palace, both before and during the Revolution. Aladin, first boy in the Wardrobe, known for his faithfulness in every way; Édouard, who served at Belle-Chasse for several years and who hands over so much to the young princes for his zeal, energy and intelligence; Narcisse, who has developed a special sense of music; Scipion, most notable for his spirit, sensitivity and courage. “

Scipion was not a gift but, according to De Genlis, bought by the duke at the age of three and a half for a thousand ecu (French currency) from a settler from Saint-Dominique. Until the age of eight, the children mainly served as toys for the noble women. In addition to these four boys, the girl Négresse Karissa and the boy Auguste grew up with the family.

Governor Boufflers took more children from Senegal in 1786: a boy for Countess de Sabran, who was called Vendredi (Friday); a boy named Zimco for Madame de Blot; and a girl named Ourika for Marshal de Beauvau-Craon and his wife. Ourika will gain some notoriety because a novel Ourika (1823) and a play about her were written: Ourika, ou l’orpheline africaine (1824).

For Queen Marie-Antoinette of France, Boufflers did not have a child with her but a parrot, which disappointed her enormously.

That is why the following year she was given a little Indian, as the children were called, who was five or six years old. His life is described in Le petit Indien de la reine Marie-Antoinette. This publication shows that the little boy was given the name Jean Amilcar and came to live in the palace at Versailles. Unlike the Duke of Orleans’ children, he was not a toy for the queen, but trained to serve at her court. However, he was unlucky to arrive in France two years before the outbreak of the French Revolution. After the eviction of Versailles, Marie-Antoinette ordered that the seven-year-old Jean Amilcar be housed in Quentin Bledon’s boarding house in Saint-Cloud. Four years later, Marie-Antoinette lost her head under the guillotine and no one was responsible for the boy anymore. Eventually he received training as a painter from the state. But like so many children at the time, he died young, at the age of fourteen, of an illness.

These boys and girls with a name are just a few examples of the hundreds, or more, African and Caribbean children who have entered Europe like this. Similar histories can be found in other Northern and Western European countries, where people participated in human trafficking and had Caribbean colonies. And European courts without a direct line to the slave trade also imported black children and adults. The West India Company (wic) of the Netherlands and other companies and trading houses helped.

Most of the people with an African background became servants or musicians in a regiment. Apart from a few and as far as is known, they left little in writing. These African children usually came from the coast of Guinea, Suriname or the Antilles. In these places, giving children away as presents was a normal practice for wic governors and trading houses. One of them, Jacob Bosvelt, the governor of Curaçao, wrote in a report to the Wic in Amsterdam: “I am exchanging the girls, who are but death eaters, each one for a good negro who can work, as my daughter took one of ten.” Shortly afterwards Bosvelt died and it turned out that he had exchanged many more children. His successor Jean Rodier continued to give children away.

Dit is een verkorte versie van het eerste hoofdstuk uit Cupido en Sideron. Twee Moren aan hof van Oranje. Het boek gaat over twee jongens die aan het Stadhouderlijk hof van Den Haag terechtkomen.

This is a shortened version of the first chapter from Cupido and Sideron. Two Moors at the court of Orange. The book (only in Dutch) is about two boys who end up at the Stadholder’s court in The Hague in the eighteenth century.

All photos on this site are not intended for any commercial purpose. I have tried to trace all the rules and rights of all images. As far as I know, these images can be used in this way. If you ar a copyright holder and would like a piece of your work removed or the creditline changed then please do not hesitate to contact me.

estherschreuderwebsite@gmail.com

About me

In 2008 I was guest curator of the exhibition Black is beautiful. Rubens to Dumas. Important advisors: Elizabeth McGrath (Rubens and colleagues, Warburg institute Image of the Black in Western Art collection), Carl Haarnack (slavery in books), Elmer Kolfin (slavery in prints and paintings) en Adi Martis (contemporary art). Gary Schwartz made his research for The Image of the Black in Western Art available to me.

Black beautiful Rubens to Dumas cover

In 2012 my Anniversary book: 100 years Schiller 1912-2012 was published. Initiative, idea, text and editing (ES). Design and photography Monica Schokkenbroek.

Schiller in Parool boekje 26-11-2012 Paul Arnoldussen
Schiller in Parool boekje 26-11-2012 Paul Arnoldussen

In 2013 my book Cobra aan de gracht / Cobra on the Canal was published by Samsara publications.

In 2014 my essay ‘Painted Blacks and Radical Imagery in the Netherlands (1900-1940)’ was published in The Image of the Black in Western Art Volume V (I). (ed. David Bindman, Henry Louis Gates jr.)

(About f.i. On the terras, by Nola Hatterman but also Jan Sluijters, Kees van Dongen, Irma Stern and more)

In 2017 I published a book about the black servants at the Court of the Royal Van Oranje family. More than a thousand documents have been found about their lives. (only in Dutch)

Cupido en Sideron Cover 30-8-2017

All photos on this site are not intended for any commercial purpose. I have tried to trace all the rules and rights of all images. As far as I know, these images can be used in this way. If you ar a copyright holder and would like a piece of your work removed or the creditline changed then please do not hesitate to contact me.

estherschreuderwebsite@gmail.com


Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s