Groundbreaking Exhibition in Amsterdam!

Finacial Times

Financial times 2

December 2005 De Kring door Luit Tabak en Marieke van Diemen

Paul Huvenne

Seventeenth-Century

Elmer Kolfin and Esther Schreuder (eds.), Black is Beautiful. Rubens to Dumas. [Cat. exh. De Nieuwe Kerk Amsterdam, July 26 – October 26, 2008.] Zwolle: Waanders Publishers, 2008, 388 pp (8 essays), 188 illus., mostly color. ISBN 978-90-400-8497-3 (English, hb); 978-90-400-8465-2 (pb); 978-90-400-8496-6 (Dutch, hb); 978-90-400-8464-5 (pb).

In the summer of 2008, a fascinating exhibition about the representation of black people by Dutch and Flemish artists, from late medieval to modern times, was held at the Nieuwe Kerk in Amsterdam. The title Black is Beautiful included a postmodern nod at the biblical Nigra sum sed formosa, the words of the Black Bride of the Song of Songs. Although English may be today’s Latin, the reference seems to have been largely missed, which is perhaps one reason why the exhibition was not given a warm welcome by the Dutch press. From a cultural and socio-historical point of view, the subject is heavily mortgaged, as was confirmed by the reaction from certain quarters. Esther Schreuder, the curator of the exhibition, was criticized by the media for everything other than her art-historical expertise. However, for the open-minded visitor this exhibition surely made its point clearly enough. Eric Rinckhout of De Morgen was one of the few Netherlandish correspondents to take an unprejudiced view of the results of this profound study of the visual evidence of the representation of blacks.

Though one might object to the (necessary) limitation of scope that Esther Schreuder and her team imposed upon themselves, their approach displayed some audacity: most of the works featured were by great artists; the stereotypes and caricatures that are so often found in the applied arts were omitted, primarily because discussion so often focuses on these. Despite the exhibition’s temporal and geographical limitations – from the later Middle Ages to the present day; works only from the Netherlands, and excluding the South after independent Belgium was established – , the exhibition gave a very good picture of the story of the image of the black in European art. It is not of course a straightforward matter to recover the original meaning and reception of this highly charged imagery – perceived so differently by viewers of today. This was illustrated at the close of the exhibition where the public could play a sort of game, designed to be instructive as well as entertaining, to test what they had learned from the show – I discovered, to my surprise, how one’s vision is colored by one’s predispositions. In the foreword to the catalogue the aim of the exhibition was outlined as follows: “The attraction exerted by black people on Dutch artists over seven centuries. – Artists who chose to give a role to a black person in their work did so deliberately. – Attraction implies curiosity, admiration and perhaps even affection. – This positive attitude of artists (or patrons) toward black people has been the point of departure for this exhibition and the determining factor when selecting works.”

see for more http://www.hnanews.org/archive/2010/04/vlade3.html

——————————————————————————————————————-

De werken (15)  van Iris Kensmil speciaal gemaakt voor deze tentoonstelling worden opgehangen.

—————————————-

De lange weg naar Nelson Mandela

EXPO BLACK IS BEAUTIFUL IN AMSTERDAM

  • woensdag 06 augustus 2008    Auteur:Jan Van Hove

Kunstenaars hebben altijd oog gehad voor de schoonheid van het zwarte lichaam. Zwarten komen voor op middeleeuwse miniaturen, op schilderijen van Rubens en tekeningen van Rembrandt. De Nieuwe Kerk in Amsterdam wijdt aan dit thema een tentoonstelling: ‘Black is beautiful’.

‘Enkele jaren geleden liep ik met een Surinaamse vriendin door het Rijksmuseum’, vertelt Esther Schreuder, de curator van de tentoonstelling Black is beautiful. ‘Ik merkte dat zij naar andere schilderijen keek dan ik, de schilderijen namelijk waar zwarte mensen op stonden. Daarmee was ook mijn belangstelling gewekt. Ik constateerde dat er nauwelijks onderzoek gedaan was naar de voorstelling van zwarten in de Nederlandse kunst. Zelfs de belangrijkste musea bleken niet eens te weten wat ze op dit gebied in huis hadden.’De tentoonstelling in de Nieuwe Kerk is het resultaat van het onderzoek dat Esther Schreuder toen begon. Er zijn ruim 130 Nederlandse en Vlaamse kunstwerken te zien uit een periode van zeven eeuwen. Het oudste stuk is het Spiegel Historiael van Jacob van Maerlant (1325-1335), dat openligt op een miniatuur met Karel de Grote die zijn lans tussen de ribben van een Moorse prins steekt. Het jongste stuk is het Portret van Nelson Mandeladat Marlene Dumas – de duurste kunstenares ter wereld – onlangs maakte ter gelegenheid van de negentigste verjaardag van de zwarte leider.Black is beautiful herinnert eraan dat de samenleving niet altijd zo multicultureel geweest is als vandaag. In de middeleeuwen waren de inwoners van onze gewesten per definitie blank. De eerste zwarten die hier in de vijftiende en de zestiende eeuw opdoken, waren slaven of dienaren van de Portugese, Spaanse en Italiaanse kooplieden die in grote centra zoals Brugge en Antwerpen filialen hadden. Zelfs in de zeventiende eeuw was het in artistiek opzicht nog een gebeurtenis dat een zwart model kwam poseren in het atelier van Rubens. Verscheidene Antwerpse meesters maakten toen dankbaar gebruik van de kans om een Afrikaan ‘naar het leven’ af te beelden. De man is op verscheidene schilderijen te herkennen.
Koning
De tentoonstelling begint met verluchte handschriften uit de late middeleeuwen. Daarin staan onder meer miniaturen met zwarte engelen (al was dat een minderheid, want ook de hemelingen waren meestal blank). En natuurlijk had je de fameuze ‘zwarte koning’ Caspar uit de Aanbidding der koningen, een bijzonder populair tafereel dat op grote schaal door de kunstenaars werd uitgebeeld.Een mooi voorbeeld is de Aanbidding der koningen van Maarten de Vos uit het Musée des Beaux Arts van Valenciennes. Het is een reusachtig doek met levensgrote figuren. Vooral de zwarte koning maakt een diepe indruk. De Vlaamse meester bedacht hem met een atletisch lichaam, een gouden kroon en een met edelstenen afgeboorde mantel, en de dienaren in zijn gevolg zijn beladen met kostbare ertsen en stoffen – een verwijzing naar de rijkdommen uit de pas ontdekte gebieden die toen volop in de Antwerpse haven aankwamen.Niet alleen in bijbelse verhalen doken zwarte figuren op, ook in taferelen uit de antieke mythologie spelen ze een rol. Zo leende het Kunsthistorisches Museum in Wenen deAfrikaanse Venus uit, een zeldzaam en bekoorlijk brons van een onbekende Nederlandse beeldhouwer. Zwarten kregen bovendien voor de hand liggende symbolische betekenissen. In een serie prenten van Hendrik Goltzius over het scheppingsverhaal wordt de Dag voorgesteld als een stralend mannelijk naakt, terwijl de Nacht verschijnt in de gedaante van een zwarte vrouw.De fascinatie voor het krachtige zwarte lichaam is evident. Maar omdat zwarte modellen in onze streken nauwelijks beschikbaar waren, baseerden de kunstenaars hun voorstellingen lange tijd op bestaande prenten of schilderijen en op stereotypen zoals een platte neus, bolle wangen en volle lippen.
Rembrandt
Dat veranderde pas in de loop van de zeventiende eeuw, toen de handelscontacten met overzeese gebieden ook in de Noordelijke Nederlanden sterk toenamen. Portugese en Spaanse handelaars die zich in Amsterdam vestigden, brachten heel wat zwart personeel mee. Zo kregen de kunstenaars meer kansen om zwarte modellen af te beelden. De Leidse fijnschilder Frans van Mieris, bijvoorbeeld, maakte een adembenemende tekening met het portret van een zwart meisje, die door het British Museum werd uitgeleend. Ook Rembrandt vereeuwigde een zwarte vrouw. Op een blaadje van luttele vierkante centimeters brengt hij een hele mens tot leven.Dat in dezelfde periode de Hollandse slavenhandel op gang kwam, wordt in de tentoonstelling slechts terloops vermeld. De samenstellers van Black is beautiful focussen niet op netelige politieke of morele vragen, maar op het artistieke erfgoed. En dat blijkt verrassend rijk te zijn. De musea die voor deze tentoonstelling door Esther Schreuder werden aangeschreven, constateerden vrijwel zonder uitzondering dat ze veel meer kunstwerken met zwarte figuren in hun depots hadden dan ze zich realiseerden.Spectaculair zijn de bruiklenen uit het Nationaal Museum van Denemarken in Kopenhagen. Het zijn monumentale voorstellingen van Afrikaanse slaven in Brazilië, geschilderd door Albert Eckhout. Deze kunstenaar behoorde tot het gevolg van de gouverneur Johan Maurits van Nassau-Siegen en had de opdracht gekregen om de Nieuwe Wereld te documenteren. De gouverneur wilde immers dat het Europese publiek kennis zou nemen van het leven aan de overkant van de oceaan. Eckhout beeldde de Afrikanen af als nobele wilden in een exotisch decor. Het zijn, ook afgezien van hun documentaire belang, hoogst attractieve doeken.In de negentiende eeuw nam de belangstelling voor niet-westerse culturen sterk toe, al bestond men het toen nog om Surinaamse en Congolese dorpelingen bij ons te ‘exposeren’. Maar de triomf van Afrika op artistiek gebied kwam er met de doorbraak van de moderne kunst in de eerste decennia van de twintigste eeuw. Pioniers als Picasso ontdekten in de zogeheten ‘primitieve kunst’ een onvermoede rijkdom van vormen. Tegelijk palmde de jazzmuziek de Europese kunstscene in.Op de tentoonstelling vallen uit die periode enkele knappe portretten op van zwarte boksers, gemaakt door Isaac Israëls en Jan Sluijters. Er hangt ook een negerportret van Karel Appel, de voorman van de Cobragroep die zijn voorliefde voor jazz en exotiek nooit onder stoelen of banken stak.
Naomi Campbell
Black is beautiful sluit af met hedendaags werk. Dan zie je pas goed de enorme weg die is afgelegd tussen de ‘zwarte koningen’ uit de middeleeuwen en het portret van Nelson Mandela dat de Zuid-Afrikaanse kunstenares Marlene Dumas hier presenteert. Dumas is trouwens met verscheidene prachtige werken de ster van de tentoonstelling. Op het omslag van deze Film & Cultuur herkent u haar tegelijk melancholische en sensuele portret van Naomi Campbell – het eerste zwarte model op de cover van Vogue en Time. Er hangt ook een merkwaardige tekening van Gillion Grantsaan, die koningin Beatrix een Afrokapsel gaf.De tentoonstelling in de Nieuwe Kerk, die ook de kunst uit de Zuidelijke Nederlanden tot 1830 behandelt, biedt veel te ontdekken en te genieten. Dat is altijd een fijne combinatie.’Black is beautiful’ in de Nieuwe Kerk, Dam, Amsterdam, tot  26 oktober, alle dagen 10-18 uur.

—————————————————————————————————————–

—————————————-

————————-

AD

————————————————————————————————————————-

The New Criterion Anthony Daniels November 2008

“Black Is Beautiful”
De Nieuwe Kerk, Amsterdam.
July 26-October 26, 2008

(…)

In fact, almost all of the exhibits in the exhibition show Africans (including those transplanted to Holland’s South American colony, Suriname) as individuals, from Jan Mostaert’s pensive and melancholic African man of 1520 down to Nola Hatterman’s On the terras, portraying a dany-ish and extremely, proud young man at a Dutch café tabel, over four hundred years later. It is not the individuality of the subjects that comes as a surprise so much as the obvious assumption of their individual humanity by the artists. We have been so conditioned of late to think in Edward Said-ist terms of our own heritage that, even when we know that what he wrote was largely bunkum, we find that it has insinuated itself into our minds like an earwig into the brain.

(…)

—————————————–

COLECTIVA

Black is Beautiful. Rubens to Dumas, Nuno Lourenco


DE NIEUWE KERK
Dam Square
AMESTERDÃO

26 JUL – 26 OUT 2008

(….)

Por esta razão, no meio dos olhares de gente que olha para a pintura de um negro como para um objecto dum gabinete de curiosidades; para além da minha amiga morena preta de Angola, apenas um senhor do Suriname se atreveu a entrar. Sobre as obras em específico, temos de Íris Kensmil a vertente mais politizada. A tela Zwarte Dagen foi baseada numa foto da filósofa negra Angela Davis sobre o movimento Associated Black Panthers e 12 memorial tablets expostos aqui e acolá nas colunas de uma das alas da igreja lamentavelmente de difícil leitura; prestam homenagem a Granny Nanny (heroína nacional da Jamaica); Maria Stewart, a primeira mulher negra defensora dos direitos das mulheres, ou do nacionalista surinamês Anton de Kom. Enquanto, Charlotte Scheiffert se refere à força das mulheres negras – super-vaidosas, super-fortes, super-mães –, o trabalho de Marlene Dumas é sem dúvida, o mais apelativo. São expostos 44 desenhos coloridos que são recortes de jornais, reproduções ou fotos transformadas de algo que anteriormente exprimia preconceito. O seu retrato de Nelson Mandela enquanto jovem, apenas um pouco antes de ser sentenciado a viver na prisão, tem como especial impacto o seu título, Would you trust this man with your daughter? O contraste entre o carisma desta figura mundial e a sua sentença diz tudo.

(….)

http://www.artecapital.net/criticas.php?critica=198

Gary Swartz

Visual Arts: Sanitizing Black Is Beautiful

By Gary Schwartz

One in so many Western works of art contains an image of a person we would call black. The phenomenon attracts relatively little attention in art history. The Menil Foundation went after it seriously, in a project now inherited by the Warburg Institute. An exhibition in the Nieuwe Kerk in Amsterdam offers a sanitized view of the black in Dutch and Flemish art.

Toward the end of the year 1984 I got one of those rare telephone calls that make a difference in your life. On the line was Ernst van den Boogaart, a distinguished specialist in early Dutch contacts with non-European cultures. Van den Boogaart is as unassuming as he is indispensible. If he had a request, I would fulfill it if I could.

This was more than a simple request. Van den Boogaart had been approached by a research institute in Paris and Houston, Texas, known as The Image of the Black in Western Art. It was put in place by the oil millionaire Dominique de Menil (1908-97), a formidable figure in 20th-century patronage of minority politics as well as art. Her own explanation of her motivation she put into words thus:

The decision in 1960 to launch a systematic investigation of the iconography of blacks in Occidental art did not proceed from any clear plan. It was an impulse prompted by an intolerable situation: segregation as it still existed in spite of having been outlawed by the Supreme Court in 1954. Many works of art contradicted segregation. A sketch by a master could reveal a depth of humanity beyond any social condition, race or color. So why not assemble these art works in an exhibition or a book? With such a naïve approach, a serious enterprise was started.

see more : http://artsfuse.org/?p=441

———————————————————-

Frankfurter Allgemeine Konstanze Cruwell  22 august 2008

Dem Wahren, Schönen, Guten?

(….)

Eine Premiere also in der Geschichte von Schwarzen in der Kunst. Systematisch erforscht wird sie auf Initiative der amerikanischen Mäzenin Dominique de Ménil seit langem im Warburg Institute und in der Harvard University, die „The image of the Black in Western Art“ veröffentlichte. Um Diskriminierung unter anderem der Schwarzen ging es dann bei der Whitney-Biennale 1993 in New York, die ein legendärer Höhepunkt der Political Correctness wurde und vor allem an das Empörungspotential der Museumsbesucher appellierte. Nur noch biedere Didaktik war es dagegen, als Fred Wilson vor fünf Jahren bei der Biennale in Venedig devote Mohrendiener auf alten venezianischen Gemälden im amerikanischen Pavillon präsentierte und davor einen afrikanischen Händler – keinen echten natürlich – mit nachgemachten Prada-Taschen setzte. Unter Karel van Manders elegantes äthiopisches Königspaar im Kasseler Schloss Wilhelmshöhe hatten Roger M. Buergel und Ruth Noack bei ihrer Blockflötenlehrer-Documenta im vorigen Jahr die Porträts schwarzer Jugendlicher von Kerry James Marshall gehängt – auch dies ein kaum aufrüttelnder Erkenntnisgewinn.

Einfach nur schön

In Amsterdam wird nun der reine kunsthistorische Blick zelebriert: Allein um prachtvolle Bilder mit attraktiven schwarzen Menschen geht es hier – so ähnlich könnte eigentlich aber auch eine Ausstellung über ansehnliche Rothaarige ausschauen. Das mehr als traurige Schicksal vieler Schwarzer wird nur am Rande auf einigen Terminals zum Thema. Aber immerhin sind frühe und sehr ergreifende Illustrationen zu „Onkel Toms Hütte“ zu sehen. Nur im Katalogtext zu Reinier Vinkeles entzückender Radierung (nach John Gabriel Stedman), die eine Sklavenfamilie vom Stamme Loango „in stillem Glück“ zeigt, liest man dagegen von schauerlichen Folterungen, die Stedman ebenfalls zum Sujet seiner Grafiken machte.

Wer sich trotz einigen Zögerns und mancher Fragen zum weitgehend kontextfreien Programm auf diese Ausstellung einlässt, wird durchaus belohnt. Das beginnt mit exquisiter spätmittelalterlicher Buchmalerei wie dem berühmten Spiegel Historiael des Jacob van Maerlant, wo ein tapferer Gegner von Karl dem Großen geschildert wird, und in anderen Handschriften haben Engel oder einer der drei das Christuskind anbetenden Könige einen beseelten Auftritt.

Eines der großartigsten Gemälde dieser Schau hat Rubens 1609 mit der überaus lebensvollen „Studie eines schwarzen afrikanischen Mannes mit Turban“ geschaffen, als Vorbereitung einer „Anbetung der drei Weisen“, ein für den Saal des Antwerpener Rathauses bestimmtes Werk, das er aus Anlass der Unterzeichnung des zwölfjährigen Waffenstillstands zwischen Spanien und den Vereinigten Provinzen der Niederlande malte. Die Rubens-Studie war übrigens vor drei Jahren auf der Messe in Maastricht zu haben, jetzt wurde sie vom glücklichen Privatsammler ausgeliehen. Von Jacob Jordaens stammt ein um 1650 entstandenes sehr schönes Bildnis von Moses und dessen skeptisch lächelnder äthiopischer Frau. Ob sie tatsächlich aus Äthiopien kam, ist freilich ungewiss, denn die – von den niederländischen Autoren vielgelesenen – klassischen Autoren pflegten schlicht alle schwarzen Afrikaner als Aethiopes, Äthiopier zu bezeichnen.

Alle sind vertreten

Von den „Äthiopischen Geschichten“ des spätantiken Schriftstellers Heliodor ließ sich Karel van Mander III. inspirieren: Sein um 1640 entstandenes Gemälde zeigt den äthiopischen König Hydaspes und seine Frau Persina, die so voller Bewunderung auf ein Bildnis der Andromeda blickt, dass sie bald darauf eine weißhäutige Tochter zur Welt bringt. Diese Chariklea wird verstoßen, kehrt aber schließlich zu den Eltern zurück.

Frans Post, der wunderbare Maler, den Johann Moritz von Nassau-Siegen, Generalgouverneur der niederländischen Besitzungen von 1637 bis 1644, mit auf die Reise nahm, ist mit dem prachtvollen Gemälde einer von Schwarzen bevölkerten „Zuckerfabrik“ unter Palmen vertreten. Unter den künstlerischen Begleitern des Gouverneurs war aber auch Albert Eckhout, dessen großformatige Bildnisse einer stolzen und bildhübschen Schwarzen mit Hut, ihres mit Pfeilen bewaffneten männlichen Kollegen und eines Mulatten mit Gewehr zu den ungewöhnlichsten und attraktivsten Werken dieser Ausstellung gehören. Wer zu den Fans von Eckhout zählt, fragt sich natürlich, warum sein Lieblingsbild, die Frau mit der Kiepe auf dem Rücken, aus der ein weißes Menschenbein ragt, hier nicht zu sehen ist. Die Antwort ist einfach: Bei der Frau handelt es sich um eine Indianerin, die in dieser Ausstellung also nichts zu suchen hat.

Rembrandt ist mit den „zwei Trommlern auf dem Maulesel“ präsent, einer berühmten kolorierten Zeichnung von 1638, die sicher zu den reizvollsten Werken dieser Ausstellung gehört; außerdem mit der kargen Radierung einer afrikanischen Frau. Anziehende Beispiele jener Epoche sind aber auch Gaspar Geyers „Studie eines Kopfes“ oder Cornelis van Dalens (nach Govert Flink) Druckgrafik eines bildschönen „Schwarzen Mädchens“.

Dass die niederländische Malerei im siebzehnten Jahrhundert ihre konkurrenzlos große Zeit gehabt hat, bleibt in dieser Ausstellung nicht verborgen. Denn leider nur im Katalog sind Kees van Dongens herrliches Porträt der Jacqueline Baker und seine „Ironische Silhouette der Jazz-Ära“ präsent. Und Isaac Israels Szenen oder Jan Sluijters Frauenbildnisse in allen Ehren, wirklich interessant wird es jedoch erst wieder mit Marlene Dumas’ suggestiven Porträts oder mit Erik van Lieshouts rasantem gelbschwarzem Bildnis „High and Mighty“.

———————————-

Arte

König oder Sklave

„Black is beautiful!“, so lautet der programmatische Titel einer großen Ausstellung in der Nieuwe Kerk am Dam-Platz in Amsterdam, die sich der Darstellung des schwarzen Menschen in der niederländischen Kunst vom 14. bis zum 21. Jahrhundert widmet und noch bis zum 26. Oktober zu sehen ist.

Erstaunlich facettenreich und im ständigen Wandel begriffen präsentiert sich die Rolle des farbigen Menschen in der großen Zusammenschau von etwa 135 Gemälden und Zeichnungen. Bekannt ist seine Darstellung als einer der drei „Weisen aus dem Morgenland“, wie man sie schon in der mittelalterlichen Buchmalerei findet. Hinzu tritt im Spätmittelalter das biblische Bekehrungsthema „Die Taufe des Kämmerers“. Der Getaufte wird dabei als schwarzer „Äthiopier“ personifiziert. Im konfessionellen Streit des 17. Jahrhunderts zwischen dem protestantischen Norden und dem katholischen, zu Spanien gehörenden Süden der Niederlande griffen die Kontrahenten dieses Bildthema auf, um für ihren als den „richtigen“ Glauben zu werben.

Häufig finden sich in der Barockmalerei aber auch Porträtstudien etwa von Rubens oder Rembrandt, die die Eigenart des schwarzen Antlitzes zu erfassen suchten. Auch die klassische Mythologie liefert zahlreiche Themen, die die Künstler des 16. und 17. Jahrhunderts aufgreifen, wie die schwarzen Amoretten aus dem Emblembuch Otto van Veens (1608) zeigen.
Im Zuge der Entdeckungen des 16. Jahrhunderts traten vermehrt dunkelhäutige Männer und Frauen als Allegorien für den Erdteil Afrika oder als Personifikationen der Nacht in Erscheinung.

(……)

© Rijksmuseum, Amsterdam

Sehr dominant aber ist im 17. Jahrhundert die Darstellung von schwarzen Knaben als Diener wohlhabender Holländer auf Genrebildern oder Porträts. Die Bilder reflektierten so die Machtstellung des Weißen gegenüber dem Sklaven, beispielsweise in der niederländischen Kolonie Surinam. Das 19. Jahrhundert zeigt sich danach janusköpfig: Wurde einerseits im Kontext der Kritik an der Sklaverei der schwarze Mensch als Opfer weißer Willkür dargestellt, erscheint er andererseits im Orientalismus als „exotisches“, so fremdes wie befremdliches Wesen.

Die Ausstellung schlägt schließlich den Bogen bis in die Gegenwartskunst, die einen selbstbewussten, starken schwarzen Menschen ins Zentrum ihres Schaffens stellt.

Dr. Heike Talkenberger

http://www.arte.tv/de/2137310,CmC=2132482.html

———————————————————

Sundays Zaman Andrew Finkel How Others see us

——————————————————————————————————————————–

!!!

Liberation

Des Noirs aux tableaux CESSOU SABINE

GRAND ANGLE Le 28 août 2008
Par CESSOU SABINE

Black is beautiful, de Rubens à Dumas. Vraiment ? Etalé sur la Nieuwe Kerk, un grand espace culturel d’Amsterdam, le slogan noir américain des années 60 laisse songeur. Plus barbant, le sous-titre de cette grande expo (1) paraît plus juste : car il s’agit bien de «l’homme noir dans l’art néerlandais». A l’entrée, on redoute le pire, dans le genre politiquement correct. Les dépliants parlent de «fascination» pour la«beauté noire» à travers les âges. «Après tout, l’homme noir n’est pas seulement un esclave, un servant, un page ou un diable», argumente une voix off sur un film introductif, proposant un regard plus «positif».Une fois dans les salles, il faut se rendre à l’évidence. «Black is beautiful» n’est pas seulement un abrégé magistral d’histoire de l’art, avec ses trois grandes époques. «Monde ancien», «Nouveau Monde» et «Temps modernes» sont représentés à travers des artistes majeurs : Rubens, Rembrandt, l’expressionniste Karel Appel et la plasticienne Marlene Dumas, une Sud-Africaine installée depuis 1973 à Amsterdam.

L’exposition, en se plaçant d’un point de vue qui n’avait jamais été tenté, nous en apprend beaucoup sur l’Europe elle-même. Ce qui saute aux yeux, dès les premières oeuvres, c’est la vision du monde et des autres qu’a pu avoir un petit royaume maritime et chrétien. L’homme noir n’existe d’abord que sous les traits d’un ennemi, le Maure, dans les scènes de combat des miniatures du XIIe siècle. Cent ans plus tard, l’Africain n’est plus qu’un thème religieux. Un roi mage, une reine de Saba, ou encore la femme éthiopienne de Moïse, qui prêche en 1650, sous le pinceau de Jacob Jordaens, une étonnante tolérance. Les Africains ne sont pas toujours dépeints sous des traits avantageux. Ils ont la paupière lourde, la joue saillante et même le crâne aplati, dans un dessin de Rembrandt. C’est que tout le monde n’est pas beau et tout le monde n’est pas gentil, comme le reconnaissent les écrans interactifs mis à la disposition du public. Interviews de spécialistes, archives et mini-documentaires. : un trésor d’histoires sur les oeuvres et les artistes exposés montre que les stéréotypes les plus féroces n’arrivent qu’avec l’esclavage, dénudant les femmes et transformant les enfants noirs en pages obéissants. L’expo ne tourne pas le dos au passé colonial, même si elle insiste sur les histoires d’amour mixte qui ont aussi existé, ou sur la reconnaissance du rôle joué par les recrues ghanéennes d’une armée royale déployée jusqu’en Indonésie, avec ce portrait d’un Jan Kooi martial, signé Conrad Leich, en 1882.

A la belle époque des revues noires et des bals nègres, l’homme noir devient fréquentable. C’est un ami, et même un étendard. A la Libération, en 1945, Karel Appel exécute un Negerportret en bleu et rose, présenté par la Nieuwe Kerk comme un signe de soulagement, après les années d’interdictions nazies. Les héritiers de Franz Fanon et Steve Biko auront sans doute une lecture plus militante. Il n’empêche : «Black is Beautiful» ouvre une multitude de portes, au lieu de les rabattre sur les seuls préjugés de l’Occident.

(1) Tous les jours, jusqu’au 26 octobre. http://www.nieuwekerk.nl

http://www.liberation.fr/grand-angle/010187948-des-noirs-aux-tableaux

——————————

Financieel Dagblad Adrie van Griensven 2 augustus 2008

financieel dagblad Adrie van Griensven Eerste helft vd pagina

———————————————

Leen Moelker 7 september e-zine cultuurwetenschappen

Op 26 juli 2008 is de tentoonstelling Black is Beautiful, Rubens tot Dumas geopend. De expositie is tot 26 oktober 2008 te zien in de Nieuwe Kerk in Amsterdam en beslaat meer dan 130 schilderijen en documenten. En er is een introductiefilm. De samenstellers willen een beeld geven van zevenhonderd jaar positieve kijk van kunstenaars en opdrachtgevers op de kleurling als de koning, de slaaf, de page, de dienstknecht enz. De zwarte mens is echt niet alléén als een exotisch object afgebeeld. Is deze opzet geslaagd?

Cultuurwetenschappers dromen er soms van een onderzoeksdomein met een onderwerp te hebben gevonden dat tot nu toe door de wetenschap is genegeerd. En dan ook nog de resultaten van dit onderzoek aan een breed samengesteld publiek te mogen presenteren; dan lijkt het hoogste ideaal bereikt. Maar dromen zijn dromen. Toch geldt dat niet voor Esther Schreuder (1963), gastconservator van de Stichting Producties De Nieuwe Kerk en Hermitage Amsterdam. Zij kreeg het idee de zwarte mens in de kunst te belichten vanuit een nieuw perspectief. Ze greep de kans dat te onderzoeken en te presenteren.

zie verder hele artikel op:

http://www.cultuurwetenschappen.org/recensies/focus.php

————————————–

Black was always beautiful

Patrick Dorder [Copyright Radio Netherlands] July 2008

Black was always beautifulThe exhibition Black is Beautiful uses works of art to show how the image of black people has changed over the centuries. On display are paintings of black people by mainly Dutch artists. By Patrick Dorder.

Jan van der Hoecke, Sibylle Agrippina,  Photo: The New ChurchThe exhibition includes a special study in oils by Rubens, an intimate drawing by Rembrandt and paintings by Karel Appel and Marlene Dumas. It shows the fascination for black people through the ages.

The earliest known images of black people in the Netherlands are found in miniatures from the late Middle Ages. They are mostly black kings featured in biblical stories. They can be roughly divided into black enemies such as the Mores, who were Muslims, and black friends such as the Ethiopians, who fought on the Christian side.

Live models
It wasn’t until is the 17th century that Dutch artists got the opportunity to work with live black models. The activities of the Dutch seafaring trading companies – the United East India Company (VOC) and the West Indian Company – brought all kinds of black people to the Netherlands. And so in 1630 it was rather easy for Rembrandt van Rijn to find a black model.

More on:

http://www.expatica.com/nl/leisure/arts_culture/Black-was-always-beautiful_12795.html

Negro sempre foi bonito

Patrick Dorder

Data de publicação : 29 Julho 2008 – 3:11pm | Por RNW Radio Netherlands Worldwide

Em cartaz na Nieuwekerk em Amsterdã, a exposição Black is Beautiful mostra como artistas, principalmente holandeses, retratam a raça negra em suas obras através dos séculos como fonte de inspiração. A exposição conta, entre outros, com estudos a óleo de Rubens, um desenho íntimo de Rembrandt e pinturas de Karel Appel e Marlene Dumas.

As imagens mais antigas são miniaturas do final da Idade Média, que retratam, sobretudo monarcas como os da bíblia. Em termos gerais, podem ser qualificadas em duas categorias: o inimigo negro, que era o mouro, e o negro amigo – o etíope – que lutou ao lado dos cristãos.

Modelos-vivos
Somente no século dezessete, os artistas holandeses tiveram a oportunidade de trabalhar com modelos-vivos. No início do comércio marítimo holandês, a Companhia das Índias Ocidentais e a Companhia Geral das Índias Orientais, trouxeram africanos para a Holanda. Por volta de 1630, Rembrandt van Rijn pôde encontrar facilmente um modelo-vivo da raça negra.

Antes disso, costumava-se a representar pessoas negras utilizando cópias de materiais que haviam sido elaborados pelos descobridores ou outros artistas.

“Estas cópias não tinham caráter depreciativo”, explica o historiador de arte Elmer Kolfin, colaborador do catálogo de ‘Black is Beautiful’. “Simplesmente não se dispunha de modelos-vivos. A arte, por definição, tem como objetivo, refletir o sublime. Nessa época, as pessoas negras eram pintadas como reis, príncipes e nobres”.

Por volta do século dezessete era comum, em círculos reais, presentearem-se mutuamente com um pajem, geralmente meninos oriundos da África. Às vezes, os artistas utilizavam estes servos como imagem contrastante, para realçar melhor a pele branca do amo. O estereótipo dos negros como selvagens e primitivos se produziu mais tarde, quando a Holanda passou a forçar africanos a migrarem para América e lá trabalharem como escravos.

Primitivos
Na primeira metade do século vinte esteve em voga, entre os artistas, realizar trabalhos primitivistas, inspirando-se na arte procedente da África e da ilha da Oceania de Nova Guiné. Os negros eram considerados primitivos e eram representados geralmente nus e rodeados de natureza.

Segundo Adi Martis, historiador de arte da Universidade de Utrecht, este pensamento não reproduzia com realismo às pessoas retratadas: “Era uma espécie de clichê, já que, durante muito tempo, obrigamos os negros a serem originais, negando os aspectos modernos”.

Inversão de papéis
A partir dos anos 60, época das descolonizações, os artistas negros procedentes das antigas colônias, começam a contribuir para a formação da imagem. Na exposição Black is Beautiful há obras destes artistas contemporâneos. Pode-se ver imagens de libertadores, como o jamaicano Marcus Garvey e o surinamês Antón de Kom, pintadas por Iris Kensmill.

Outro artista, Gillion Grantsaan, brinca com os estereótipos e retrata a Rainha Beatrix (foto), da Holanda, com um penteado afro. Ambos representam a nova geração de artistas da diáspora africana: nascidos na Europa, de raízes africanas e caribenhas, que viajam o mundo todo e mudam a maneira de retratar as raças negras e brancas.

Black is Beautiful foi composta, após anos de estudos, pela curadora convidada Esther Schreuder. A idéia de estudar a figura do negro nas obras de artes surgiu de uma visita ao Rijksmuseum (Museu Real), em Amsterdã. Schreuder estava acompanhada de Iris Kensmil e percebeu que a artista focava sua observação nas pessoas negras. (c Wereldomroep )

————————————

artdaily.org Web

Maandblad Zuid Afrika

(c) Maandblad Zuid Afrika

——————————————–

Museumtijdschrift Margriet Verhoef

Museumtijdschrift Margriet Verhoef p 44

Museumtijdschrift Margriet Verhoef p 44

Museum tijdschrift Margriet Verhoef p 45

Museum tijdschrift Margriet Verhoef p 45

Dit is het eerste deel van de recensie. Meer in het tijdschrift

—————————

Volkskrant recensies en reacties (ook veel reacties op internet op de reacties in de krant)

Rutger Pontzen vergelijkt Enwezor met Schreuder grote overeenkomst: te positief over Afrika.

Art Das kunstmagazine nr 8 august 2008 p 84/85 Schwarzen mannes web formaat

Art Das kunstmagazine nr 8 august 2008 p 84/85 Schwarzen mannes web formaat

De Pers

—————————————————————————————————————————————

enz enz….etc….

Trouw, NRC, vele blogs

Cultura

Repubblica

De Standaard

—————————

Radio

De Avonden: Anton de Goede in gesprek met Esther Schreuder

http://www.vpro.nl/programma/deavonden/afleveringen/39684308/

Television

%d bloggers like this: