Op de valreep: de Surinaamse school tentoonstelling

Afgelopen maandag, 14 dec. 2020, ging ik na lange tijd weer eens naar het Amsterdamse Stedelijk Museum. In één klap veel vliegen slaan, was het plan. Dus om 10 gereserveerd. Gelukkig was het toen nog rustig. Maar het hing wel al in de lucht dat de musea waarschijnlijk weer zouden moeten gaan sluiten. Wanneer precies was nog niet echt duidelijk. Het gevolg was dat het al snel druk werd in het museum, voor een maandagochtend. Mensen kwamen op de valreep nog snel naar de Surinaamse School en naar Ulay was here. Hieronder mijn eerste indruk van De Surinaamse school ( tot 31 mei 2021). In een volgende post ook Arthur Jafa (tot 3 jan 2021), In the presence of absence (tot 31 jan 2021) en Van Thonet tot Dutch Design (tot maart 2021). Ulay liet ik aan me voorbij gaan vanwege de drukte.

Surinaamse School. Schilderkunst van Paramaribo tot Amsterdam

Ik had mazzel. Ik was net voor de drukte binnen en kon zo op mijn gemak en in alle rust deze tentoonstelling bekijken die net twee dagen geleden open was gegaan. Met veel anderen had ik me hierop verheugd. De titel van deze tentoonstelling verwijst naar de kunstenaars die les hebben gegeven in Suriname en zo invloed hadden. Dat zijn soms met elkaar conflicterende invloeden.

Tekst op de website over deze tentoonstelling:

‘Surinaamse School  is een viering van Surinaamse schilderkunst in al haar verscheidenheid en diepgang. Met meer dan 100 kunstwerken van 35 kunstenaars neemt Surinaamse School je mee langs de schilderkunst van ca. 1910 tot midden jaren 1980 en de verhalen die eraan ten grondslag liggen; van de verbeelding van de eigen geschiedenis, spiritualiteit en het alledaagse leven tot abstracte experimenten en maatschappelijke veranderingen.’

Hieronder een beeldverslag van deze tentoonstelling met teksten uit de reader. Dat zijn de zelfde als op zaal. https://www.stedelijk.nl/nl/tentoonstellingen/surinaamse-school. Daarbij geen afbeeldingen.

De tentoonstelling begint niet met schilderkunst maar met papierkunst (Vlinderkast van Gerrit Schouten) en fotografie (De gezusters Anna en Augusta Curiel). Het voorland.

Uit de reader: ‘Voor de Curiels is fotografie hun voornaamste bron van inkomsten. Ze fotograferen altijd in opdracht van particulieren, bedrijven en overheidsinstellingen, en zelfs het Nederlands Koninklijk Huis. Hun overwegend rijke opdrachtgevers beïnvloeden mede wie, wat en wanneer er gefotografeerd wordt. Hierdoor geven de foto’s een specifiek beeld – waarbij de onderdrukking ten gevolge van de koloniale aanwezigheid buiten beeld blijft.’

De gezusters Curiel:

Daarna opent het schilderkunstige deel van deze tentoonstelling met onder andere het werk van Leo Glans. Ter info: over hem is in 2005 een informatief boek verschenen. Dat zal tweedehands nog wel te krijgen zijn. Titel: Licht en Duisternis. De Surinaamse Schilder Leo Glans 1911-1980 door Josien de Jonge. (KIT/Stichting kunstwerken Leo Glans)

Uit de reader: ‘LEO GLANS
Leo Glans, geboren in een creoolse middenstandfamilie, leert in de jaren 1920 in Paramaribo in een Europese stijl schilderen en tekenen. Het onderwijs dat hij bij Nederlandse fraters volgt, is geënt op Nederlandse lesmethodes en voorbeelden. Schilder- en tekenles krijgt hij van de Griekse kunstenaar Pandellis en de Surinaamse kunstenaar Wim Bos Verschuur, bij wie hij onder meer Bijbelse voorstellingen naar reproducties leert schilderen. Omdat er geen bevoegde kunstopleiding in Suriname is, vertrekt hij samen met Bos Verschuur in 1929 naar Nederland. Glans is de eerste Surinamer die in 1934 afstudeert aan de Rijksakademie in Amsterdam, waar hij zich toelegt op portretten en figuurstudies. Door lepra wordt Glans begin jaren 1940 blind en moet hij zijn carrière vroegtijdig afbreken.’ Leo Glans wordt op deze tentoonstelling in ‘De school van’ Rustwijk & Pandelis geplaatst, waar Wim Bos Verschuur ook toe wordt gerekend.

Leo Glans, Damesportret circa 1933, Mooi detail: een scheve decolleté.

Wim Bos Verschuur krijgt een eigen zaal, waar veel aandacht is voor zijn politieke activisme.

De enige vrouw die met meerdere schilderijen vertegenwoordigd is, is de Nederlandse Nola Hatterman. Zij vertrok op 53 jarige leeftijd naar Suriname om daar les te gaan geven. Een aantal opvallend goede kunstenaars hebben hun eerste lessen bij haar gekregen. Ze pikte bijvoorbeeld het talent van Armand Baag onmiddellijk op. Er is nu een school voor kunstonderwijs met haar naam en er is een straat naar haar genoemd. Ooit logeerde ik, in 2005, in de Nola Hattermanstraat.

Ondanks deze eerbewijzen is ze niet onomstreden. Ze kwam in Suriname in conflict met anderen over haar behoudende lesmethoden. En in Nederland staat ze, bij sommigen, steeds meer ter discussie omdat ze een witte vrouw was die een, volgens hen, ‘verkeerde’ blik wierp op haar modellen met een Afrikaans uiterlijk, zowel in Nederland als in Suriname. Het gaat om de blik van de witte geprivilegieerde kunstenares. Dat komt er op neer dat je als witte vrouw altijd elementen van macht en privilege, gevormd door de geschiedenis, in je blik meeneemt. Toch krijgt ze in deze tentoonstelling een hele zaal (het SMA heeft meerdere werken van haar). Mijn idee over haar, ik deed enig onderzoek voor een essay, is dat Hatterman een zeer eigengereid onconventioneel wezen moet zijn geweest, zeker geen heilige (wie is dat wel? ik zeker niet). Andere vrouwen in deze tentoonstelling zijn Noni Lichtveld met een aquarel en Rihanna Jamaludin met grafisch werk.

Na de Nola zaal volgen een aantal zalen met thema’s. Zoals ‘Portretten‘.

En een zaal ‘Religie verbeeld’, gevolgd door een zaal ‘Geschiedenis verbeeld’.

Felix de Rooy, Karma na Kòrsu/ Karma op Curacao, 1976
Midden en rechts Quintus Jan Telting (privécollectie)

Uit de reader/ tentoonstellingstekst:

‘RITUELEN ROND DE DOOD UIT DE AFRO-SURINAAMSE CULTUUR’
‘In de Afro-Surinaamse cultuur nemen rituelen rondom de dood een belangrijke plek in. Begrafenissen worden volgens tradities gefaseerd. Essentiële momenten zijn onder andere de dede oso (het waken bij het lichaam), het dansen met de kist en de rouwstoet. Ook de achtste dag en de zesde week na het overlijden worden gevierd. Dit kan worden gezien in de traditie van voorouderverering in West-Afrika. De rituelen worden in verschillende stijlen, van figuratief tot meer geabstraheerd, vereeuwigd. De kleur wit is terug te zien op deze schilderijen: de kleur van rouw.’

Armand Baag, Begrafenis 1991 (collectie erven Baag)

Over Armand Baag in de reader:

‘ARMAND BAAG
Armand Baag is geboren in Paramaribo en vertrekt op vierjarige leeftijd met zijn vader naar Curaçao. Vanaf 1955 volgt hij tekenlessen aan de school van het Cultureel Centrum Suriname (CCS) in Paramaribo. In 1961 arriveert hij in Nederland en studeert hij aan de kunstacademie in Tilburg. Daarna vervolgt hij zijn opleiding aan de Rijksakademie in Amsterdam. Met zijn vrouw, balletdanseres Willy Collewijn, vormt hij een dansduo en samen reizen zij door heel Europa.
Tijdens de tours blijft Baag schilderen. Na een periode in verschillende Europese steden vestigt hij zich vanaf 1968 definitief in Amsterdam. Hij exposeert en is bevriend met andere Surinaamse kunstenaars, waaronder Erwin de Vries, Quintus Jan Telting en Frank Creton. Een van hun vaste ontmoetingsplaatsen is café Reynders aan het Leidseplein.
In 1970 richten Baag en Collewijn Stichting Maysa op, een culturele broedplaats in de Amsterdamse Jordaan. Ook is hij in 1971 betrokken bij de oprichting van de Galerie Srefidensi (‘onafhankelijkheid’) in Amsterdam. De galerie richt zich op de presentatie van Caribische kunstenaars, die nauwelijks de mogelijkheid hebben om hun werk aan het Nederlandse publiek te tonen. In Baags figuratieve schilderijen spelen Zwarte personen veelal de hoofdrol. Het zijn veelal verhalende schilderijen waarin religie, cultuur en identiteit een belangrijke plek innemen.’

Armand Baag, Dede Oso Dodewake, 1994
Armand Baag

Na deze inhoudelijke selectie gaat de Surinaamse School over op een meer een schilderkunstige element.

Vormexperimenten’

Uit de reader: ‘In de jaren 1950 ontstaan er in Suriname nieuwe mogelijkheden voor het volgen van kunstonderwijs, zoals bij het Cultureel Centrum Suriname (CCS). Door de koloniale relatie met Nederland waren kunstenaars voor een (bevoegde) vervolgstudie echter nog steeds aangewezen op Nederlandse academies. In 1949 vertrekken Erwin de Vries en Rudi Getrouw om te studeren aan de Koninklijke Academie in Den Haag en gaat Robles de Medina naar de academie in Tilburg. Ze experimenteren er met een abstracte beeldtaal die dikwijls ook figuratieve en expressionistische elementen bevat.’…. ‘ Ze verhouden zich tot internationale ontwikkelingen in de schilderkunst, hetgeen ook geldt voor de generatie expressionisten na hen, zoals Hans Lie, Soeki Irodikromo en Guillaume Lo-A-Njoe.’

Stuart Robles de Medina
Erwin de Vries en Guillaume Lo-A-Njoe
Soeki Irodikromo

De zaal hierna heeft ‘Internationalisering‘ tot onderwerp

Hier krijgt Quintus Jan Telting de aandacht.

Uit de reader/ tentoonstellingstekst

“QUINTUS JAN TELTING
Quintus Jan Telting is een op Curaçao geboren Surinamer die het schildersvak spelenderwijs leert van zijn vader Govert Jan Telting. Op zestienjarige leeftijd gaat hij werken op de grote vaart en reist hij de wereld rond. In 1956 arriveert hij in Amsterdam om muziek te studeren. Drie jaar later vertrekt hij naar New York waar hij in de jazzwereld aan de slag gaat. Na een aantal teleurstellende ervaringen in de muziekwereld begint hij, na jarenlang te hebben getekend, in New York serieus met schilderen. De schilderijen die hij vanaf dan in een steeds grotere frequentie maakt, schetsen in een uitgesproken, kleurrijke stijl onder meer scènes uit het New Yorkse straatbeeld. De kunstenaar woont en werkt in de Verenigde Staten tijdens het hoogtepunt van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging, en kwam in contact met activistische Zwarte schrijvers, waaronder Amiri Baraka. In 1970 vestigt Telting zich in Amsterdam’

Quintus Jan Telting
Soeki Irodikromo
Soeki Irodikromo
Ron Flu en Quintus Jan Telting
Armand Baag

Hierna volgt een zaal ‘Leven’ waar onder andere werk van Cliff San A Jong hangt en een zaal Jules Chin A Foeng met onder andere aandacht voor Waka Tjopu en Rene Tosari.

Uit de reader hierover: ‘René Tosari initieert in 1984 het kunstenaarscollectief Waka Tjopu – vernoemd naar een klassiek Surinaams knikkerspel – met als doel het vergroten van de culturele identiteit en het culturele zelfrespect. Het is het eerste multidisciplinaire kunstenaarscollectief in Suriname en bestaat onder anderen uit Winston van der Bok, Soeki Irodikromo, Ray Daal, Steve Ammersingh, John Djojo, Robert Bosari, Wagino Djamin, Kenneth Flijders, Hendrik Samingoen, Ruben Sonotaroeno en Ramin Wirjomenggolo. Door middel van artistieke producties wil Waka Tjopu bijdragen aan het culturele zelfbewustzijn en sociale vernieuwing in gang te zetten.’

Rene Tosari.

Hier hangen ook verschillende werken van een van de weinige vrouwen: Rihana Jamaludin.

Uit de reader/ tentoonstellingstekst

‘RIHANA JAMALUDIN
1970 tekenen aan het Instituut voor Opleiding van Leraren in Paramaribo. Hier krijgt zij onder anderen les van Jules Chin A Foeng. In 1983 verhuist ze naar Nederland, waar ze enige tijd aan de Rietveld Academie in Amsterdam studeert. Jamaludin experimenteert hoofdzakelijk met grafische technieken, zoals linosnedes, die ze vaak in thematische series ontwikkelt. Eind jaren 1980 is de stad onderwerp van onderzoek. Jamaludin gebruikt de stad als decor en als metafoor in haar werk.
Vluchteling en migrant zoeken gedreven door de zakelijke kilte van de stad hun toevlucht in nachtelijke zwerftochten. Hun ‘Oergeest’ speelt op stille pleinen en daagt de stad met haar discutabele verleden uit. Sinds 2008 is zij vooral bekend als schrijver.’

Rihanna Jamaludin

De andere vrouw in de tentoonstelling is Noni Lichtveld met één werk (een aquarel). En natuurlijk Nola Hatterman met een hele zaal, zoals eerder vermeld.

En tot slot:

Spiritualiteit in de kunst’

In de laatste zaal zijn een paar prachtige werken te zien van onder andere Soeki Irodikromo en Armand Baag.

Soeki Irodikromo
Armand Baag
Armand Baag

‘Surinaamse School’ kun je het beste als een belangrijke introductie beschouwen. Een introductie van de kunstenaars, een introductie van een context waarin ze geplaatst zouden kunnen worden volgens de zeven curatoren (lijkt me ingewikkeld om met zovelen hierover te beslissen). Samenvatting: Het is zeer de moeite waard om straks na 19 januari (hopelijk) zelf te gaan kijken. Want dit was maar een impressie bij een eerste bezoek. Er is veel meer te zien. Ik ging bijvoorbeeld in dit verslag voorbij aan Ron Flu. Ook een buitengewoon interessante kunstenaar.

Ron Flu

Zie verder en voor de reader:

https://www.stedelijk.nl/nl/tentoonstellingen/surinaamse-school

Er is ook een podcast https://www.stedelijk.nl/nl/stay-at-home-stedelijk/podcasts

Tot zover. Hierna een beeldverslag van o.a. de tentoonstelling In the presence of absence in het SMA.

All photos on this site are not intended for any commercial purpose. I have tried to trace all the rules and rights of all images. As far as I know, these images can be used in this way. If you ar a copyright holder and would like a piece of your work removed or the creditline changed then please do not hesitate to contact me.

estherschreuderwebsite@gmail.com

About me

In 2008 I was guest curator of the exhibition Black is beautiful. Rubens to Dumas. Important advisors: Elizabeth McGrath (Rubens and colleagues, Warburg institute Image of the Black in Western Art collection), Carl Haarnack (slavery in books), Elmer Kolfin (slavery in prints and paintings) en Adi Martis (contemporary art). Gary Schwartz made his research for The Image of the Black in Western Art available to me.

Black beautiful Rubens to Dumas cover

In 2012 my Anniversary book: 100 years Schiller 1912-2012 was published. Initiative, idea, text and editing (ES). Design and photography Monica Schokkenbroek.

Schiller in Parool boekje 26-11-2012 Paul Arnoldussen
Schiller in Parool boekje 26-11-2012 Paul Arnoldussen

In 2013 my book Cobra aan de gracht / Cobra on the Canal was published by Samsara publications.

In 2014 my essay ‘Painted Blacks and Radical Imagery in the Netherlands (1900-1940)’ was published in The Image of the Black in Western Art Volume V (I). (ed. David Bindman, Henry Louis Gates jr.)

(About f.i. On the terras, by Nola Hatterman but also Jan Sluijters, Kees van Dongen, Irma Stern and more)

In 2017 I published a book about the black servants at the Court of the Royal Van Oranje family. More than a thousand documents have been found about their lives. (only in Dutch)

Cupido en Sideron Cover 30-8-2017

All photos on this site are not intended for any commercial purpose. I have tried to trace all the rules and rights of all images. As far as I know, these images can be used in this way. If you ar a copyright holder and would like a piece of your work removed or the creditline changed then please do not hesitate to contact me.

estherschreuderwebsite@gmail.com

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s