Feestvieren op de vulkaan die Revolutie heet

Feestvieren op de vulkaan die Revolutie heet

Geen regent, adellijke familie of Oranjestadhouder kon zonder bedienden. Tijdens mijn archiefonderzoek naar twee zwarte bedienden aan het hof van stadhouder Willem V kwam ik tal van onbekende details tegen. Bijvoorbeeld over de verrassende rol van de hofhouding bij de zilveren bruiloft van Willem en zijn vrouw Wilhelmina in oktober 1792.

Het stadhouderlijk paar hield erg van dansen. Dit feestelijk bal werd voor hen gehouden in de Burgerzaal van het stadhuis te Amsterdam, ter gelegenheid van hun bezoek aan de stad op 6 juni 1768, het jaar na hun bruiloft. Collectie Rijksmuseum

De stemming aan het hof van de Oranjes was in 1792 hypernerveus. Drie jaar eerder was in Parijs de Bastille bestormd en de Franse revolutie uitgebroken. Koning Lodewijk XVI en zijn vrouw koningin Marie Antoinette waren inmiddels gevangen gezet en er vonden in heel Frankrijk op grote schaal executies plaats. Bij een van de slachtoffers, een bekende van de Oranjes, liep het volledig uit de hand. De Rotterdamse Courant in september 1792: ‘De Prinses van Lamballe is den hals afgesneden, vervolgens heeft men haar het hart uit het lijf gerukt en na in het zelve gebeten te hebben, heeft men het lijk door de straten gesleept en het hoofd op een piek rond gedragen.’ De Revolutie had in april 1792 bovendien een oorlog doen uitbreken tussen enerzijds de Franse revolutionairen en anderzijds een bondgenootschap met Pruisen, Brunswijk en Oostenrijk.

In de Republiek en bij de familie Van Oranje werden deze ontwikkelingen op de voet gevolgd. Het leven van absoluut heersende machthebbers hing aan een zijden draadje, ook in andere koninkrijken. Begin 1792 was de Zweedse koning Gustaaf III vermoord, een volle neef van Wilhelmina: tijdens een gemaskerd bal in Stockholm werd een aanslag op hem gepleegd. Kort hierna kwam bij de hofhouding van Willem V een anonieme brief binnen met een waarschuwing dat een van Wilhelmina’s kamerdienaars samen met enkele hofkoks het plan had opgevat om de hele stadhouderlijke familie te vergiftigen. De opperkamerheer van het hof besloot voor alle zekerheid een voorproever aan te stellen. De beschuldigde kamerdienaar Anton Gontier daarentegen bleef gewoon zijn werk doen. Hij werd blijkbaar volledig vertrouwd en kwam dagelijks dicht bij Wilhelmina, want hij was haar kapper – geen eenvoudige opgave in deze tijd van pruiken en snel veranderende modes. Wilhelmina moest goed voor de dag komen, want de vele ontvangsten en feesten gingen, ondanks de revolutionaire en militaire dreigingen vanuit Frankrijk, gewoon door.

Wilhelmina van Pruisen door Bolomey coll Rijksmuseum
Willem V, Wilhelmina van Pruisen en hun gezin coll Rijksmuseum

‘L’Heureuse Révolution’

Wilhelmina en Willem waren dol op zelf toneelspelen, musiceren en dansen; ze hadden daarvoor verschillende musici in dienst. Dansmeester Pieter Gautier ontwierp nieuwe gezelschapsdansen speciaal voor de feesten die het hof organiseerde. Veelal hadden die plaats in de zomermaanden in Paleis Het Loo, maar niet in 1792, toen werd besloten om het aloude Nassau-kasteel in het centrum van Breda te betrekken. Ook hier vermaakte het hof zich met voorstellingen, concerten en dansen, hetgeen valt op te maken uit opmerkingen in brieven en uit rekeningen van musici, aangekochte concerten en choreografieën. Zeer sporadisch is een dergelijk feest uitvoerig, met alle deelnemers, vastgelegd. Zo vond ik in de Koninklijke Verzamelingen één document met allerlei details over de optredens die de hovelingen achter de schermen voorbereidden om het vijfentwintigjarig huwelijk van de prins en prinses op 4 oktober te vieren. De geheimhouding mislukte overigens: Willem V schreef aan hun dochter Louise dat hij net deed alsof hij niets merkte van de bedrijvigheid. Hij vermoedde dat de verrassing bestond uit het uitbeelden van gezegden. Dat bleek niet te kloppen.

Dochter Louise door Tischbein coll Rijksmuseum

Wat ze wel kregen voorgeschoteld, blijkt uit het unieke document: een gedetailleerd overzicht van de avond dat Wilhelmina aan Louise stuurde. Hierin stond behalve wat er te zien en te horen was geweest ook wie de rollen vertolkten; het levert een bijzonder inkijkje op. Het programma zit in een omslag met de titel: L’Heureuse Révolution. Comédie Héroïque Mêlée de Chant (etc.). ‘L’Heureuse révolution’ klinkt alsof men de draak stak met de politieke dreiging, maar is mogelijk een knipoog naar Voltaire en Rousseau. Deze aan het hof populaire filosofen gebruikten de frase regelmatig, in de zin van ‘een gelukkige omkeer van zaken’: Voltaire om de ‘veranderende kracht’ van de Verlichting aan te tonen, Rousseau om er de omwenteling in zijn eigen denken mee te kenschetsen.

Verkleed als magiër

De surprise bestond uit een aantal optochten van bont geklede hovelingen en gezang gevolgd door een bal. Het programma opende na speciaal voor de gelegenheid gecomponeerde muziek met La Noce D’Argent de Mithridate et de Monime (het zilveren huwelijksfeest van Mithridates en Monime). In het toen bekende stuk Mithridate (1673) van Jean Racine wordt koning Mithridates van Pontus in Klein-Azië bedreigd door de Romeinen, is zijn vrouw Monime eigenlijk verliefd op een ander en pleegt het echtpaar uiteindelijk zelfmoord, na verraad van hun zoon. Een bediende reikt hiervoor het gif aan. Een curieuze keuze dus, waarvoor later volgens Wilhelmina’s verslag excuses zijn aangeboden. Mithridates en Monime maakten deel uit van een stoet met personificaties en historische figuren die na de muziek de zaal in kwam. Waarschijnlijk zat het zilveren bruidspaar in Breda met een gezelschap aan tafel voor een feestelijk souper toen stalmeester De Drevon binnen kwam gemarcheerd terwijl hij op een trommel sloeg. Hij was verkleed als magiër in een wijde mantel met kap en werd op de voet gevolgd door een fluitist en twee vioolspelers in boerenkleding. Na hem volgde een schare verklede hovelingen, waaronder een jonge page in de rol van De Tijd; hij droeg een zwarte jurk en was getooid met witte haren en baard. De Vriendschap ging gekleed in een lange witte jurk met een gouden hart op haar borst en bloemen in haar handen. Zij vormde een paar met De Liefde en het tweetal werd gevolgd door Mithridates en Monime. Dit echtpaar kreeg rugdekking van de God van het Huwelijk: een vrouw met een toorts. Aan het eind van de stoet liepen twee in het wit gestoken kinderen van handwerkslieden; ze droegen het huwelijksaltaar.

Bal, of de Wereld in Maskerade, 1720, anonymous, 1720 coll Rijksmuseum

‘En Femme’

Hierna kwam onder leiding van Willems eerste kamerdienaar Cuntz een tweede optocht de eetzaal in: negen getrouwde koppels uit allerlei landen en beroepen gaven acte de presence. Daarbij valt op dat vier echtgenotes werden vertolkt door vrouwen met de naam Krayenhoff. Waarschijnlijk waren dit de dochters van Clara Jacoba de Man, die als kastelein verantwoordelijk was voor het onderhoud en de inboedel van kasteel Breda; ze was weduwe van luitenant-kolonel, cartograaf en ingenieur Cornelis Johannes Krayenhoff. De mannenrollen gingen naar, onder andere, vijf kamerdienaren, onder wie Anton Gontier, de kapper die eerder dat jaar was beschuldigd van het beramen van een gifmoord. Hij mocht het ‘ambacht’ Matelot (matroos/zeeman) uitbeelden. Bij twee andere beroepen, advocaat en Gelderse boer, speelden mannen de echtgenotes.

Maskerade, anonymous, c. 1700 – c. 1899

Intussen was het tijd geworden voor het dessert op de soupertafel en werd het altaar tegenover het zilveren bruidspaar gezet. Vervolgens namen de personificaties aan weerzijden van het altaar plaats. Een koor, samengesteld uit de getrouwde stellen, zette een lofzang in op het huwelijk van Willem V en Wilhelmina, en daarna kwamen solo’s van Het Huwelijk en De Tijd over trouw, moed, zedelijkheid en liefde.

Na dit serieuze stuk volgde waarschijnlijk het meest komische onderdeel van de late avond: een groteske verkleedpartij. Lakei J.G. Tromp van Willem had het bedacht, waarbij hij zichzelf de rol van hoofdman in een Turks aandoende uitdossing had toegekend, met waarschijnlijk een grote tulband op. Hij leidde een processie met zeven uitzinnig uitgedoste lakeien en lopers door de eetzaal en antichambres. De lopers waren ‘en femme’: in travestie. Het bonte gezelschap zong na hun optocht een vivat (leve!) op de koning van Pruisen (de broer van Wilhelmina, die het stadhouderlijk gezag na de Patriotse rebellie in 1787 met zijn troepen had hersteld en nu in de coalitie tegen de Franse revolutionairen zat). Wilhelmina zelf en de erfprins, de latere koning Willem I, kregen eveneens een vivat. Hiermee waren de lofzangen nog lang niet afgelopen. Op de tonen van het Wilhelmus werd een nieuw lied ingezet, gevolgd door meer gezangen door personificaties en een declamatie. Tot besluit vond een kleine ceremonie plaats: op het altaar werd een vuur ontstoken waarna de hovelingen in de volgorde van binnenkomst de zaal verlieten.

De rest van de avond speelde zich af in de grote zaal van het kasteel. Een nieuwe figuur Le Domina opende met een tamboerijn het bal met het personage Momine (vertolkt door de kamervrouw van Wilhelmina). Ze zetten de eerste Engelse contradansen in. Het feest ging nog tot de kleine uurtjes door.

Perspectief

Op dit punt eindigt Wilhelmina’s bijzondere document. Het hofleven hield voor bedienden dus soms meer in dan hun gewone werk. Iemand als lakei Tromp kreeg hier de kans zijn ‘scheppende’ kant te laten zien. De lofzangen en het vertoon van verbondenheid en loyaliteit die Wilhelmina beschrijft, krijgen een speciale lading als men ze ziet in het perspectief van wat ruim twee jaar later gebeurde. Willem V en Wilhelmina moesten toen met een klein deel van de hofhouding (onder wie veel mensen die in Breda optraden) naar Groot-Brittannië vluchten omdat de Fransen de Republiek waren binnengevallen. Het was het einde van het stadhouderlijk tijdperk, wat voor veel bedienden, muzikanten en andere leden van het hof tevens het einde betekende van een vast inkomen en sociale zekerheid.

Coll Rijksmuseum

Het feest is een van de vele achtergrondgeschiedenissen die ik tijdens mijn onderzoek tegenkwam voor mijn boek Cupido en Sideron. Twee Moren aan het hof van Oranje. (2017)

Guan Anthony Sideron was op Curaçao in slavernij geboren en op zevenjarige leeftijd bij het hof in dienst gekomen. In de jaren 1790 was hij de hoogste in rang van Wilhelmina’s eigen ‘team’ kamervrouwen, muzikanten, lakeien en kamerdienaren en verantwoordelijk voor Wilhelmina’s financiën, haar biljart- Wilhelmina legde graag een keu in stille uurtjes – én haar ontvangsten en feesten.

Guan Anthony Sideron circa 1767 als jonge bediende een paar jaar na zijn aankomst aan het hof. Collectie Rijksmuseum

All photos on this site are not intended for any commercial purpose. I have tried to trace all the rules and rights of all images. As far as I know, these images can be used in this way. If you ar a copyright holder and would like a piece of your work removed or the creditline changed then please do not hesitate to contact me.

For more information estherschreuderwebsite@gmail.com

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s