• Cobra en Vrij Beelden lid Anton Rooskens: 40 jaar geleden gestorven

Dit jaar is er veel aandacht voor Karel Appel die 10 jaar geleden overleed. Veel langer geleden, 40 jaar, overleed, op 28 februari 1976, zijn Cobra-bentgenoot Anton Rooskens.

Omdat Cobra aan de gracht  (uitgave 2013 Samsara) binnenkort in een tweede verbeterde druk verschijnt, hieronder een verkorte versie van de tekst over Anton Rooskens. Ik baseerde de teksten op uitspraken van de kunstenaars zelf en hun directe omgeving. De aandacht gaat in het boek vooral uit naar de kunstwerken, tijdschriften boeken (in totaal, schat ik, meer dan 1000 objecten) die zich in de collectie van het Ambassade Hotel bevinden.

Anton Rooskens-zonder titel 1954 Collectie Ambassade Hotel Amsterdam

Anton Rooskens, zonder titel, 1954 
Collectie Ambassade Hotel Amsterdam

Anton Rooskens

Griendtsveen 1906-1976 Amsterdam

Anton Rooskens: ‘Het was oorspronkelijk niet de Cobrabeweging, het was de Experimentele Groep. Omdat het experiment centraal stond in onze werkwijze, de improvisatie. Uitgaan van de materie, dus niet vooraf iets bedenken en in de materie je motief vinden! Dat was belangrijk, een heel nieuw facet dat nog nooit in de beeldende kunst had plaatsgevonden. Zo belangrijk was het experiment, daarom heet het ook de Experimentele Groep.’

Ik schilder enkel wat mij interesseert. Dier, vis, vogel. Men kan zeggen: dit is een vogel. Maar het is beslist geen vogel. Het is de vorm van een vogel. In primitieve gemeenschappen heeft men magische figuren. De priesters verkleedden zich als vogels. Dat was magie.’

Leven

Rooskens werd in 1906 geboren en is daarmee een van de oudste leden van de Experimentele Groep in Holland, en van Cobra. Zijn geboortehuis stond in het Limburgse Griendtsveen. Van 1924 tot 1934 kreeg hij een opleiding aan de Technische School in Venlo, daarna ging hij verder als leerling-instrumentenbouwer. Ondertussen raakte hij ook geïnteresseerd in de beeldende kunst en ging hij veel naar Amsterdam om tentoonstellingen te bekijken. Hij ontdekte in het Stedelijk Museum vernieuwende moderne kunstenaars zoals de kubisten Picasso en Braque, de fauvist Modigliani en de Belgische expressionisten Frits van de Berghe en Constant Permeke.

De oorlog was voor Rooskens, in zijn eigen woorden, een ‘welkome kans om te breken met het verleden.’ De periode betekende een ‘bevrijding’ van het oude. Hij wilde een nieuwe tijd tegemoet. Deze bewustwording werd nog versterkt door Kunst in Vrijheid, een tentoonstelling vlak na de oorlog in het Rijksmuseum, waar werk te zien was van kunstenaars die de Kultuurkamer hadden afgewezen naast werk van koningin Wilhelmina. Het was in zijn ogen oude, afgedane, vooroorlogse kunst. Wel inspirerend op deze tentoonstelling waren voor Rooskens de werken uit niet-westerse landen als Nieuw-Guinea. Vooral de eenvoudige en intuïtieve vormentaal sprak tot zijn verbeelding. En hij wilde, anders dan Picasso die alleen in die ‘primitieve’ vormentaal geïnteresseerd was, de kern en betekenis van deze kunst vinden.

In 1946 leerde Rooskens Appel, Corneille en Brands kennen bij de gezamenlijke tentoonstelling Jonge schilders in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Twee jaar later ontmoette hij Constant, waarna de ontwikkelingen snel gingen.

Rooskens: ‘Op de tentoonstelling van Klee, 9 april 1948, werd ik door Karel aan Constant voorgesteld; hij vertelde dat Constant een goed artikel had geschreven. Er waren plannen voor de oprichting van een groep en men vroeg mij of ik wilde meedoen. Op 16 juli 1948 werd ten huize van Constant de “Experimentele Groep” opgericht. Corneille werd tot voorzitter gekozen, Constant werd secretaris en ik penningmeester. .… Er werd in deze oprichtingsvergadering heftig gediscussieerd over de verschillende doelstellingen van de groep. .… Het experiment zou het belangrijke middel worden om tot een nieuwe vorm te komen. Wij waren ons allen bewust dat we de weg met het verleden hadden afgesneden; we hadden ook een onbelemmerde vrijheid veroverd. Alleen primitieven, kinderen en psychopaten hadden onze sympathie.’

De Experimentele groep 1948 uit Cobra aan de gracht, collectie Ambassade Hotel

Foto De Experimentelen: collectie Ambassade Hotel (uit: Cobra aan de Gracht)

De vergaderingen waren volgens hem zeer belangrijk voor de ontwikkeling van de gezamenlijke taal. ‘Het werd een goede gewoonte het nieuwste werk mee te brengen ter discussie. Dit heeft er niet weinig toe bijgedragen, dat reeds spoedig de zo typische stijl ontstond, kenmerkend voor de groep.’ Rooskens kon echter vanwege zijn werk niet bij alle vergaderingen zijn.

Hij was zelf ook wel eens onderwerp van vergadering, volgens Lucebert in een brief aan Jan Elburg in 1981: ’Een vergadering ten huize van Eugène Brands staat mij nog heel goed bij. Constant vroeg de verzamelde leden Anton Rooskens te royeren omdat hij katholiek zijnde en nog steeds ter kerke gaande niet revolutionair was. Brave Anton was natuurlijk afwezig, die peesde zich af die middag als leraar op een ambachtschool. Dat ging mij en gelukkig ook iedereen van de aanwezigen te ver, maar het was voor mij ook wel een les.’ Of deze herinnering klopt is niet duidelijk, maar Constant bleek wel streng toe te zien op op wat hijzelf “kwaliteit” noemde.

Omdat Rooskens de enige was met een vast inkomen, werd hij voor de andere kunstenaars belangrijk als toeleverancier van verf en doeken. De reden dat hij penningmeester werd, was dat hij als enige van de groep een gironummer had: ‘Ik vond het een pestbaantje eigenlijk. En dat gaf vaak ook conflicten.’

De Experimentelen waren niet de enige kunstenaars met wie hij zich verbond. Hij trad ook toe tot Vrij Beelden, een vergelijkbare beweging. Rooskens ging met enkele leden ervan in 1947 naar Parijs; van die reis imponeerde vooral het bezoek aan het Musée de l’Homme. Hij ging de geometrische vormen van de precolumbiaanse kunst die hij daar zag, toepassen in zijn werk. De werken die hieruit resulteerden liet hij eind 1948 in het Stedelijk Museum zien in een Vrij Beelden-tentoonstelling.

Meubelontwerper en collectioneur Martin Visser nodigde enkele van de Cobra kunstenaars, waaronder Rooskens, begin 1949 uit voor een tentoonstelling in de Bijenkorf. Het was al de tweede keer dat hij dit deed en ook nu bleek de expositie een publiekstrekker. Visser: ‘Het publiek sprak erover en lachte erom en schold erop en wilde erop krassen met potloden. In zo’n warenhuis mag dat wel. …. Als ze maar binnenkomen, of het nu voor de roltrap is of voor iets anders. …. De hoogste directeuren vonden het allemaal prachtig, al zagen ze er niets in.’

Litho van Rooskens uit Reflex nr 2 1949

Litho van Rooskens uit Reflex nr 2 1949, Collectie Ambassade Hotel Amsterdam

Een paar maanden later kregen de ambitieuze kunstenaars hun grote kans in het Stedelijk Museum. En dit keer werd het serieus. Er ontstond competitie. Rooskens: ‘Er hing een zelfs vijandige spanning in de lucht. Doeken die al een vaste plaats hadden gekregen, werden om de een of andere reden weer verhangen. Dit had tot oorzaak, dat verschillende deelnemers de laatste nacht bij hun doeken de wacht hielden.’

De daarop volgende rel, tijdens een experimentele dichtersavond op de tentoonstelling, was voor Rooskens reden om uit de Cobrabeweging en de Experimentele Groep te stappen: ‘Ikzelf zat midden in de zaal en zag op een gegeven moment verschillende vechtpartijen. Lucebert probeerde de orde te herstellen, maar kon zich niet meer verstaanbaar maken; er werd geschreeuwd “denk om Sandberg”. En terwijl het publiek naar de uitgang drong, werd ergens de Marseillaise gezongen.Buiten werden de vechtpartijen in het donker voortgezet.’

Het effect van de gebeurtenissen verbaasde Rooskens enigszins: ‘In de nu volgende dagen brak een ware storm in de Nederlandse pers los, wat weer tot gevolg had dat de tentoonstelling één der meest bezochte werd in de geschiedenis van het Stedelijk Museum.’

De invloed die de beweging op hem had ging na zijn uittreden door. Hij begon een eigen taal te ontwikkelen met magische, experimentele beelden.

Rooskens overleed onverwachts in 1976 in Amsterdam.

Werk
Lucebert vond dat een kunstenaar zich onvoorwaardelijk over dient te geven aan de materie en riep Anton Rooskens in een vluchtschrift toe:

‘laat het zichzelf maken
laat het zichzelf steelsgewijs
als het oog de stèle van het licht
vormen in luchtige vormen’.

In de jaren zestig ging Rooskens weer teruggrijpen op de Cobra periode, met geïmproviseerde en experimentele werken. In één van de schilderijen van Rooskens in de collectie van het Ambassade Hotel begon hij waarschijnlijk met een vlek en liet die vlek uiteindelijk uitmonden in een gesprek tussen twee fantasiefiguren op het doek. Het werk van Rooskens is in bijna alle grote museale collecties van Nederland opgenomen. Het is daarnaast wereldwijd verzameld door Cobra liefhebbers.

Esther Schreuder in Cobra aan de gracht (eerste druk 2013 tweede druk: maart 2016) copyrights are paid by the publisher Samsara.

Tot zover een deel van de tekst uit Cobra aan de gracht. In mijn tekst voor Black is beautiful Rubens tot Dumas (tent cat Nieuwe Kerk Amsterdam 2008, uitverkocht) ga ik verder in op mijn fascinatie voor Afrika.

All photos on this site are not intended for any commercial purpose. I have tried to trace all the rules and rights of all images. As far as I know, these images can be used in this way. If you ar a copyright holder and would like a piece of your work removed or the creditline changed then please do not hesitate to contact me.

estherschreuderwebsite@gmail.com

English version will follow

Comments are closed.

%d bloggers like this: