• Cobra: internationalisme en de gezamenlijke som van kunstenaars en schrijvers

Omdat er dit jaar verschillende grote tentoonstellingen zijn over zowel Karel Appel als Constant (Nieuwenhuys): 

En omdat er waarschijnlijk binnenkort een tweede druk uitkomt van Cobra aan de gracht (2013): hieronder de inleiding uit dat boek. Het boek is geschreven aan de hand van citaten van kunstenaars over Cobra en over elkaar. Dat geeft een iets andere visie op de periode, de gedoetjes, de doelstellingen en samenwerking.

De blijde onvoorziene Week

inleiding

Door een daad aan het daglicht getreden om zijn schoonheid te tonen

Het toeval en de daad zijn belangrijk geweest voor de Cobraleden. En voor het ontstaan van dit boek. Dat toeval kun je afdwingen door een daad. Je kunt je bijvoorbeeld in een onvoorziene omstandigheid en gelegenheid begeven. Dat heb ik gedaan. Want via via hoorde ik, kunsthistoricus die altijd op zoek is naar verborgen verhalen, dat het Ambassade Hotel in Amsterdam een grote collectie Cobrawerken had.

Benieuwd naar wat daar van waar was, stapte ik er binnen. Het verhaal werd meteen bevestigd want ik zag een aantal mooie werken hangen en staan. Kort hierop volgde een afspraak met de verzamelaar zelf: Wouter Schopman. We spraken uren over wat Cobra voor hem betekende en hoe hij aan de werken kwam. Intussen liepen we door de vele gangen van de tien grachtenpanden van het hotel om de honderden werken te bekijken.

Een kunstschat was ontdekt.

Een collectie van een verzamelaar laat een persoonlijke visie zien. Een gepassioneerde verzamelaar ziet andere dingen in de kunstwerken dan een conservator van een museum. Die laatste volgt over het algemeen de kunstcanon die door kunsthistorici is geschreven. Een enigszins obsessieve verzamelaar koopt echter gevoelsmatig en laat zich meestal door de kunstenaars zelf adviseren. Zo is het ook met Wouter Schopman. En mede daardoor laat zijn verzameling ‘nieuwe’ Cobrapaden zien die afwijken van de geschiedschrijving en de interpretatie van de kunsthistorische standaardwerken.

Wolvecamp schreeuw

Zo heeft hij meer dan vierhonderd werken van Theo Wolvecamp gekocht omdat hij de kunstenaar persoonlijk leerde kennen. en grote bewondering kreeg voor de integriteit en de kwaliteit van Theo Wolvecamps werk. Eigenlijk is het hotel een beetje een Wolvecamp Museum. Deze kunstenaar staat weliswaar niet heel hoog op de ranglijsten van de kunsthandel en de musea, maar werd destijds wel hoog aangeslagen door de Cobrakunstenaars zelf.

Schopman wil zijn collectie en de kennis over zijn werken graag met anderen delen. Niet lang na ons gesprek kreeg ik de opdracht onderzoek te doen ten bate van voor de hotelwebsite. De verhalen die naar boven kwamen bleken zo interessant dat besloten werd ze ook op te nemen in een boek over de collectie.

Omdat verzamelaars zich vaak door de kunstenaars zelf laten adviseren besloot ik het onderzoek vanuit die kunstenaars te doen. Wie waren zij, wat heeft de beweging voor hen betekend en wat betekende Cobra voor het werk dat in de collectie is opgenomen? Dat waren mijn vragen. Daarbij ging ik vooral op zoek naar wat zij zelf hebben gezegd over Cobra. Dat betekende vele documentaires, interviews en boeken uitpluizen op zoek naar de zienswijze van de kunstenaars zelf.

Deze benadering veranderde mijn begrip van Cobra. Cobra bleek een veelkoppig wezen.

Allemaal hadden de kunstenaars en schrijvers hun eigen redenen om zich aan te sluiten bij de Cobrabeweging en allemaal hadden ze een eigen ontwikkeling. Voor iedereen betekende de groep iets anders. Gemeenschappelijk streefden ze een vrijheid na, maar die was voor iedereen verschillend. Er waren voortdurend veranderingen binnen de groep.

Christian Dotremont, de bedenker van de naam en een van de drie theoretici van de Cobrabeweging, vatte het in een van zijn vele geschriften samen met ‘Cobra refuse les positions tout faites et fait sa position en marchant.’ Vrij vertaald: Cobra weigert vaststaande posities en neemt zijn positie al gaande in.

Dotremont door AlechinskyKortom: Cobra was een stuk interessanter dan ik voorheen dacht.

De bekendste definitie van Cobra is ongetwijfeld van Willemijn Stokvis. Stokvis deed grondig kunsthistorisch promotieonderzoek naar Cobra en vatte de groep samen als een beweging waarin de beeldende kunstenaars het belangrijkste waren. Die kunstenaars werkten in spontaniteit, waaruit een Cobrataal is voortgekomen. In haar inleiding: ‘De taal van Cobra en haar bronnen’ (in: De taal van Cobra, 2004) schrijft zij: ‘Wat hun creatieve expressie betreft hield dit voor allen in dat zij in zekere zin een bewuste regressie toepasten naar die laag van het menselijke bewustzijn, waarvan de kunstzinnige uitingen door de conventies van de westerse wereld waren uitgebannen en niet tot de “kunst met een grote K” werden gerekend. Het is de fase die bij kinderen “het prelogisch stadium” wordt genoemd waarin, zoals door primitieven en geesteszieken, voor alle dingen een symbool wordt gevonden en waarin alle dingen bezield lijken: een boom, een tafel, een steen, zijn dynamisch geladen, en mensen en dieren zijn van dezelfde orde. Men kan zeggen dat hier op verschillende manieren het animisme heerst. Werkend vanuit dit verlangen en vanuit de bronnen die zij in dit gebied zochten en aantroffen, ontstond er in hun uitdrukkingswijze een zekere overeenkomst: een gemeenschappelijke taal.’

Stokvis’ kunsthistorische frame is door vele musea en vooral ook door de kunsthandel overgenomen. Er zijn verschillende werken in de collectie van het Ambassade Hotel die binnen dit frame vallen. Maar er zijn ook werken die niet deze ‘Cobrataal’ laten zien.

Constant, een van de andere theoretici van Cobra, reageerde op Stokvis’ bevindingen met: ‘Er bestaat geen Cobrastijl en geen Cobra-esthetiek. Al heeft men met name in museumkringen vaak getracht, door zorgvuldige selectie deze schijn te wekken’ en ‘L’esprit Cobra is de geest die zich keert tegen beperkingen, de geest van vrijheid. …. En als er van een peinture-Cobra gesproken zou kunnen worden, dan zou deze uitdrukking betrekking moeten hebben op de peinturesmots, en de collectieve schilderijen, wandschilderingen en lithografieën, die in de geschiedenis van Cobra af en toe, maar toch regelmatig opduiken zonder welke de “esprit Cobra” niet goed begrepen kan worden.’ Voor Constant stond de spelende mens centraal.

Dotremont coll Ambassade Hotel

Voor Dotremont was Cobra meer een verzameling van een bepaalde mensensoort: ‘De veelwaarde van Cobra, van bijna alle Cobra-jokers, is ook schrijver, etnoloog, beeldhouwer te zijn, terwijl je eigenlijk schilder bent, zoals Jorn, of schilder, dramaturg, filmer, terwijl eigenlijk dichter bent, zoals Hugo Claus, of je dichterspoëzie schilderen in het schildersschilderij door snelle, spontaan wederkerige uitwisselingen.’

Cobra lijkt dus niet in een kunstwetenschappelijk schema te vangen. Sterker: daar werd de tong naar uitgestoken door de Cobra- kameraden. Die tong werd ook uitgestoken naar het formalisme van De Stijl en het theoretische gemuggenzift van de surrealisten.

Tong uitsteken Karel Appel en Wolvecamp

De Cobramentaliteit was er vooral een van confrontatie en discussie, van samenwerken aan experimentele werken, van reizen en van competitie. De experimenten waren in de beeldende kunst, maar ook in geschriften, boeken, een film, tentoonstellingen en vooral magazines.

Watch Cat Asger Jorn

Asger Jorn, de derde theoreticus van Cobra: ‘Dotremont schreef, formuleerde, en organiseerde, terwijl ik voortdurend opponeerde en het tegendeel beweerde. Wij discussieerden onophoudelijk en waren het op bijna alle punten oneens. Maar de samenwerking was vruchtbaar zo lang wij het konden volhouden. Het punt was dat wij elkaar wilden begrijpen om het met elkaar eens te kunnen zijn. Deze houding schiep een inspirerende samenwerking van een spanwijdte die ongelooflijk breed was.’

De bentleden van Cobra lijken vooral een mentaliteit te hebben gehad die tot bepaalde werken leidde. Dotremont: ‘In ons leven, in ons werk, in onze experimenten en onze werken schreeuwen de kleuren, het doek, de zwarte inkt, het witte papier, de vormen en het geheel zelden zonder te zingen, ze zingen zelden zonder schreeuwen, ze schreeuwen zelden zonder lachen, enz. Het mengsel van joke en beklemming komt in ons werk tot stand door snelle, directe spontaniteit die traagheid en verte tevoorschijn brengt.’

De Cobra-instelling is soms vergelijkbaar met die van avantgardekunstenaars-groepen als Dada en de surrealisten. Met Dada hebben de Cobrakunstenaars bovendien gemeen dat zij ook psychisch gehavend en gedesillusioneerd over de Westerse wereld uit een oorlog waren gekomen. Dada uit de Eerste, Cobra uit de Tweede Wereldoorlog. Er moest een trauma verwerkt worden.

Hugo Claus in Pierre Alechinsky’s tentoonstellingscatalogus uit 1963:

‘Bent U ook verminkt?’
‘Jazeker. Wat dacht U wel?’
‘O, dan is het goed… uitstekend… volmaakt…’

De kunstenaars lijken elkaar vooral te hebben uitgezocht op wederzijdse beïnvloeding: wat kan ik van de ander leren? Het is daarom niet verwonderlijk dat er achteraf vele verschillende omschrijvingen van Cobra zijn gegeven. En velen hebben kunnen claimen bij de Cobrakameraden te hebben gehoord.

Dotremont schreef in 1966: ‘Het is zinloos, de schilders van Cobra volgens de één of andere definitie te willen schiften. Veeleer dient er een definitie opgesteld te worden die gebaseerd is op wat de Cobraschilders allen gezamenlijk geweest zijn. Cobra is een bijzonder moment geweest, waarop enkele ontwikkelingslijnen zijn samengekomen.’

Dotremont schrijft ook: ‘De animators van Cobra waren eigenlijk nomaden. Het gebeurde vaak dat Jorn in Brussel was, ik in Kopenhagen en Constant in Parijs. We woonden bij elkaar in en ik kan werkelijk getuigen dat die drie jaar van Cobra ons allemaal sterk veranderd hebben. Het nomadenaspect van Cobra is van groot belang geweest omdat we op zoek waren naar onze wortels, naar wat eigen was aan ieder van ons binnen onze eigen volksaard en we dat wilden toetsen aan de aard van de anderen.’ Soms liepen de gedachtewisselingen, met name tussen Dotremont en Constant, uit op felle ruzies.

Museumdirecteur (Museum Jorn in Silkeborg) Troels Andersens’ kunsthistorische definitie is: ‘Cobra was door en door dialectisch [tegengestelde meningen bediscussiëren om tot een derde mening te komen, ES]. Niet alleen was de beweging een alliantie van verschillende nationaliteiten en van verschillende groepen, die ieder in haar eigen situatie waren ontstaan, maar iedere groep bevatte haar eigen tegenstellingen, die doorgegeven werden aan Cobra, en dit alles gaf de beweging haar enorme vitaliteit.’

Met andere woorden: juist de enorme verschillen maakten Cobra tot een interessant moment in de tijd voor de kunstenaars. Het heeft niet tot een smeltkroes geleid, maar het heeft de kunstenaars en schrijvers richting gegeven. En allemaal leken ze warme herinneringen aan deze periode te hebben.

Tireurs de langue Alechinsky

Een mooi voorbeeld van zo’n kostbaar Cobramoment geeft Alechinsky: ‘In mijn atelier vroegen Dotremont en Atlan om wat papier − er was grijs en gekleurd papier − om een waterverfdoos voor kinderen met gecraqueleerde potjes, om een penseel voor elk, om water, een vod, een lithografisch potlood, en installeerden zich dan aan tafel in de keuken. Op de voet volgde Atlan de woorden losgelaten in het rood, het blauw, het zwart: “Si je me perds dans les bois, c’est pour gagner la forêt” [als ik verdwaal tussen de bomen, dan win ik het bos] …. Die interferentie schrijver-schilder, die mengelingen, zijn karakteristiek voor de Cobra-geest.’

Atlan si je me perd

Dat internationalisme en de gezamenlijke som van de kunstenaars en schrijvers heeft Cobra gemaakt tot wat het is geworden. Ze stuwden elkaar op.

Egill Jacobsen: ‘Het is een intense en betekenisvolle vriendschap. Het is niet zomaar een camaraderie. Het zijn geen kunsthandelaars of groepsovertuigingen. Het was een innerlijke noodzaak. Mensen die samen streden en elkaar inspireerden. En elkaar enorme geschenken gaven. Echt!’

Kortom: over Cobra is nog lang niet het laatste gezegd.

Cobra constant kouwenaar goede morgen haan

Ik wil hierbij met nadruk Wouter Schopman bedanken die mij alle vrijheid gaf bij het schrijven van de teksten en deze soms aanvulde met zijn kennis over bepaalde werken. Daarnaast wil ik Graham Birtwistle bedanken die extra informatie verschafte op zijn essays in Jong Holland in 1988 en AvantGarde Critical Studies (‘Manifeste Intentionalität’) over alle controverses tussen kunsthistorici en kunstenaars en tussen de kunstenaars van Cobra onderling.

tekst uit : Cobra  aan de gracht (2013) Cobra collectie in het Ambassade Hotel in Amsterdam.  copyrights are paid by the publisher Samsara.

All photos on this site are not intended for any commercial purpose. I have tried to trace all the rules and rights of all images. As far as I know, these images can be used in this way. If you ar a copyright holder and would like a piece of your work removed or the creditline changed then please do not hesitate to contact me.

estherschreuderwebsite@gmail.com

 

 

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: