• Harmen Meurs (1) Schoonmaakkast

Harmen Meurs

In 1998 schreef ik een afstudeerscriptie over de kunstenaar Harmen Meurs (1891-1964).

Mijn begeleider aan de VU was prof. Carel Blotkamp, de Pyke Koch en Piet Mondriaan specialist. Zowel Koch als Mondriaan, hebben na WO II veel aandacht gekregen in de Nederlandse en internationale kunstgeschiedschrijving. Meurs niet, terwijl hij voor WO II een bekende en beruchte kunstenaar was in Nederland.

En hij is nog steeds geliefd bij verzamelaars.

Musea beginnen, op dit moment, mondjesmaat zijn werk aan te kopen. Zeker nu er de laatste  werken uit zijn Nieuw zakelijke periode geveild worden. Reden om de komende weken een paar werken van Meurs uit mijn scriptie te bespreken.

Op de cover van mijn onderzoek stond: Schoonmaakkast “Damesconfectie”   uit 1929.

Harmen Meurs Schoonmaakkast Damesconfectie 1929

In de gouache Schoonmaakkast “Damesconfectie” (1929) wordt een bizar en gelaagd toneelstukje opgevoerd.

Wat is er te zien?

Twee mannen staan voor een winkelruit. Één tikt op het raam. In de etalage staan twee mannen het raam te wassen. Achter de emmers van de ramenwassers, rijzen zeven grote, blote paspoppen op. Meer dan levensgroot torenen de modieus gekapte vrouwen boven de mannen uit. Ze lijken geamuseerd een dansje op te voeren. Achter hen staat de baas. Hij lijkt, zo verscholen tussen het bloot, de eigenaar van een hoerenkast te zijn.

De vijf mannen en zeven vrouwen zijn nauwkeurig gepositioneerd. De mannen vormen een driehoek en worden doorkruist door het dominerende paspoppenfront.

De poppen zouden, gezien Meurs politieke linkse engagement, kunnen verwijzen naar de ontspoorde bourgeoisie. In Duitsland werden destijds, onder meer in het blad Simplicissimus, geregeld cartoons van hoeren afgebeeld die als metafoor voor de decadentie van de stad werden gebruikt. [i] De baas symboliseert de corruptie en het grote geld en het gewone arbeidersvolk staat de ramen te poetsen. Een van de ‘buitenmannen’ haalt het verhullende doek weg van de binnenwereld.

Meurs’ dames in de Schoonmaakkast zijn popperig bleek. Hun lichamen zijn, zeker voor Meurs doen, a-erotisch weergegeven. Alleen de vuurrode lipjes en roze billetjes geven hen enige warmte. Ze vertonen geen naden van ledematen die zouden moeten kunnen draaien.

Aardig detail is dat er iets niet klopt bij de paspoppen. Er is een arm teveel. Waarom die arm er teveel is ? Misschien wilde Meurs deze paspoppen extra verlevendigen. Door een pop teder een arm vast te laten pakken, kreeg hij meer die illusie van leven. Ook is het mogelijk dat hij hem over het hoofd heeft gezien of dat hij het wel een ironisch bijeffect vond. De vele armen doen denken aan de armen van de Indiase God Shiva.

Verrassend is dat de fotografe Germaine Krull een etalage met zeven vergelijkbare modepoppen publiceerde in het Brusselse blad Varietés in 1930. De twee kunstenaars kenden elkaar, want Meurs woonde in de jaren twintig samen met haar toenmalige minnaar Joris Ivens in ëén huis. Meurs had exemplaren van het tijdschrift in zijn bezit.

Mannequins van Germaine Krull url tumblr

Kunstenaars en fotografen plaatsten in die jaren mensen tegenover de dingen in hun werk. De objecten werden menselijk, de mensen geobjectiveerd. Vooral bij de magisch realisten en de surrealisten was de paspop in dit spel een dankbaar object.

In die zin raakt dit werk van Meurs aan het magisch realisme: het is een scène die tamelijk onwaarschijnlijk is, maar feitelijk wel kan. In tegenstelling tot het werk van Pyke Koch en Carel Willink is het echter niet ‘Unheimisch’. Meurs’ gouache raakt kwa sfeer meer aan dat van de surrealisten die van dada de absurdistische grapjes overnamen. In Meurs’ bibliotheek werden later boeken over het surrealisme teruggevonden en in 1930 organiseerde hij bij De Onafhankelijken een tentoonstelling over deze stroming.[ii] Hij was een tijdlang voorzitter van die vereniging.

Meurs organiseerde overigens ook de grootste tentoonstelling over het Magisch Realisme in 1929 in het Stedelijk Museum van Amsterdam. Het jaar dat hij de Schoonmaakkast maakte.

In tegenstelling tot bij zijn magisch realistische collega’s Pyke Koch en Carel Willink ging het Meurs in zijn werk nooit om perfecte stofuitdrukking of het terugkijken op de Vlaamse primitivist Jan van Eyck. Zijn werk is beter te vergelijken met de Italiaanse kunstenaar en architect Giotto (1266-1337). De kunstenaar die volgens de kunstcriticus en tijdgenoot Just Havelaar als een ziende geest werkte, in tegenstelling tot Jan van Eyck (1390-1441), die vanuit het denkende oog werkte. Van Eyck schilderde de huid, het vlees en het licht. Giotto schilderde ideeën, ‘menselijke passies’ en algemene typen. [iii]

giotto-di-bondone-no.-33-scenes-from-the-life-of-christ-17.-flagellation

Giotto di Bondone scenes from the life of Christ: flagellation

[i]Jensen, ‘Sex and Nightlife’ in tent.cat. German Realism in the twenties. The artist as a social critic, Minneapolis (The Minneapolis Institue of Arts) / Chicago (The Museum of Contemporary Art),1980-1981  p. 125.

[ii]A. Venema, Harmen Meurs.1891-1964, Düsseldorf 1979, Universitas.p. 48.

[iii] Just Havelaar, Het portret door de eeuwen, Arnhem 1930, N.V. Van Loghum Slaterus’ uitgeversmaatschappi, p. 74.

Zie ook Magie en zakelijkheid, realistische schilderkunst in Nederland 1925 – 1945 ed  Ype Koopmans en Carel Blotkamp  Museum van Moderne Kunst Arnhem ISBN 90-40009397

All photos on this site are not intended for any commercial purpose. I have tried to trace all the rules and rights of all images. As far as I know, these images can be used in this way. If you ar a copyright holder and would like a piece of your work removed or the creditline changed then please do not hesitate to contact me.

For more information  estherschreuderwebsite@gmail.com

 

Comments are closed.

%d bloggers like this: