• Twee werken van Lucebert uit de collectie van Jan Vrijman naar het Ambassade Hotel

Lucebert coll Jan Vrijman

Lucebert
Figuur en paard ca 1951
34,2 x 26 gouache
voorheen collectie Jan Vrijman, Collectie Ambassade Hotel

Jan Vrijman, onder andere bekend van de film, De werkelijkheid van Karel Appel, en diverse andere films over Cobra, groeide met Lucebert op in de Amsterdamse Jordaan. Twee jongens uit de Westerstraat. Deze twee werken kreeg Vrijman van Lucebert.

Jan Vrijman door Constant

Portret van Jan Vrijman door Constant

Hieronder een column van hem als Journaille, in het Parool over zijn relatie met Lucebert.

Jan Vrijman/ Journaille (voorpagina Het Parool) :

Lucebert

Bertus woonde aan het eind van de Westerstraat, bij de Lijnbaansgracht, ik aan het begin, bij de Noordermarkt. Zijn vader (huisschilder) biljartte zaterdagavonds met mijn vader (loodgieter) in café Het Hoekje. Bertus en ik gingen nauwelijks met elkaar om, we waren geen straatjongens maar huismussen, boekenlezers. Wel gingen we samen in de padvinderij, ik tot ongenoegen van mijn liberale vader (die Baden Powell een misselijke nationalist vond) terwijl mijn moeder me liever in de AJC had gezien. Onder leiding van Johan Fransen vormden we de eerste en enige communistische patrouille (de Zwaluwen) in de geschiedenis van de padvindersbeweging. Nadat de Duitsers die verboden, verloren we elkaar helemaal uit het oog.

1945. Gerrit Kouwenaar en ik werkten bij dagblad De Waarheid, in het oude Handelsbladgebouw. We zaten tegenover elkaar, hij de kunstredacteur en ik de sociaal economische redacteur (bovenbouw en onderbouw). De portier waarschuwde meneer Kouwenaar dat er een jongeman was gearriveerd die werk kwam aanbieden. Gerrit verdween naar de wachtkamer en na twee uur ging ik even kijken waar hij bleef. Hij zat nog in de wachtkamer, gebogen over een tafel vol tekeningen en gedichten. De jongen tegenover hem herkende ik: dat was Bertus. ‘Dit is Lucebert,’ zei Gerrit verbijsterd.

(drie dagen na de dood van Lucebert geschreven) .

Lucebert coll Jan Vrijman 2

Lucebert
Figuur en paard gesigneerd ca 1951
Pen en inkt 28 x 22,2 cm,
voorheen collectie Jan Vrijman, Collectie Ambassade Hotel

Bovenstaande twee werken zijn tot nu toe onzichtbaar geweest voor de buitenwereld. Binnenkort zullen ze te zien zijn in het Ambassade Hotel in Amsterdam. Ze zullen ook gepubliceerd worden in het boek over deze collectie: Cobra aan de gracht. Hieronder het eerste deel van het stuk dat ik voor dit boek schreef over Lucebert.

Lucebert (Lubertus Jacobus Swaanswijk)

Dichter, schilder, tekenaar, fotograaf

Amsterdam 1924 – 1994 Alkmaar

‘Een hele sympathieke en sterke persoonlijkheid. Er ontstond eigenlijk meteen iets van vriendschap tussen Lucebert en mij. Ja, ik had het gevoel dat je met iemand met een roeping te maken hebt. Dat hij honderd procent kunstenaar wilde zijn, geen compromissen wilde sluiten. Hij kon in een paar zinnen de essentie van een theoloog of een historische gebeurtenis uiteenzetten. Hij heeft zichzelf helemaal gevormd.’ Cas de Quay, goede vriend.

‘Wanneer hij iets beweert, praat hij een beetje voor zich uit, kiest hij zijn woorden zorgvuldig. Soms lijkt hij een sfinx. Jij moet beginnen met praten. Vaak zijn de stiltes lang. Het deert hem niet.’ Frans Duister, kunstcriticus.

Bert Schierbeek: ‘Lucebert is een geboren dichter, tekenaar en schilder. Hij heeft de woorden, beelden en lijnen in zijn hand. Hij strooit ze vrijgevig, ingenieus naïef, kundig en in een verbijsterende hoeveelheid rond. Hij werd het eerst ontmoet als tekenaar. Hij werd bekend als dichter en nu is hij op weg een groot schilder te worden. Hij is een begaafd en begenadigd man.’

‘Dat wat hij wilde uitdrukken staat in een gedicht of in een schilderij. En dat zet hij voor ons neer. Wat iedereen daarin hoort of daarin ziet dat moet iedereen voor zich bepalen.’ Jens Christian Jensen, kunsthistoricus en vriend.

Lucebert: ‘Elk schilderij heeft een bloedsomloop, laat het schilderij ademen, laat het zijn hartslag versnellen, laat het dan ook zijn eigen wil hebben, eigen mening en een eigen groot verlangen, laat het in vervulling gaan waar het uiteindelijk naar streeft, dat het schilderij in staat zal zijn zelf een schilderij te maken. Verflichaam leef!’

Leven

Lucebert (Lubertus Jacobus Swaanswijk) groeide in Amsterdam op in de volksbuurt de Jordaan, om preciezer te zijn in de Westerstraat.  Zijn moeder verliet het gezin toen Lucebert twee jaar oud was. Hij bleef met zijn zeven jaar oudere broer achter bij zijn vader, die vier jaar later hertrouwde. Lucebert over zijn jeugd in de Jordaan: ‘De Jordaan hè. Ik heb het een ontzettend gezellige buurt gevonden. Een dorpsidylle bijna. Er werd spontaan gelachen en spontaan ruzie gemaakt. Geen wonder, er zat veel Frans en Spaans bloed in de bevolking. Er bestond een soort lotsverbondenheid tussen de mensen, het was een…. ghetto is een te sterk woord…. het was een eiland. Een eiland met arme mensen. Proletariërs, kleine neringdoenden, en veel werklozen. Velen trokken steun, en aan die steun werd voortdurend geknibbeld. Daartegen kwamen de mensen in opstand.’

Hij herinnerde zich: ‘Het Jordaanoproer, in 1934. Eerst kwam de stadspolitie. Toen de marechaussee. En in het derde gelid het leger. Met die belachelijke pantserwagentjes die ze toen hadden.’

Jordaan Lucebert

1934

‘Als kind van een jaar of tien maakte die opstand een diepe indruk op me. Barricades in de straten. Troepen die over de Lijnbaansgracht marcheerden. Hele kachels die door het raam naar beneden geflikkerd werden. Geschreeuw. “Ramen dicht of ik schiet.” … In de Spaarndammerbuurt is een kind dat in het open raam stond doodgeschoten. … Uit het perspectief van een kind leek het een…. cowboyfilm. Spannend. Maar ook leuk. Je hoefde niet naar school. Een paar weken vakantie. ’s Avonds was de sfeer luguber. Lag je in bed. Reden de politiewagens langs. Brommende motoren. Schijnwerpers op het dak. Gleden de lichtbundels langs het behang. Dat had…. iets angstaanjagends.’

Luceberts vader had een schildersbedrijf en dat bleef in de crisisjaren behouden. Lucebert werd in het bedrijf opgenomen. Tegelijkertijd was hij zelf al aan het tekenen. Zo creëerde hij strips, naar voorbeeld van de Mickey Mouse-strips waar hij dol op was. Ze hebben een blijvende invloed gehad: ‘Sommigen beweren dat ik als dichter op schilderen ben overgegaan, omdat schilders zulke aardige mensen zijn. Dat zijn ze ook, maar met de jongenskiel nog aan schreef en tekende ik: De avonturen van Gissie en Linkie en van Nikodemus Watjekou & Don Sebastiaan de Gorilla. Dit is mijn helaas verloren gegaan ‘chef d’ oeuvre’ alles wat erna gekomen is, en nog komt, wil erop lijken’, schreef hij hier later over. Maar in plaats van de strakke Walt Disney-lijnvoering ging Lucebert meer en meer een bibberlijntje gebruiken.

Bij toeval kreeg hij de kans heel kort een opleiding te volgen. Lucebert: ‘Ik heb enorm geboft. Tenslotte kwam ik uit het arme straatmilieu. Op een dag had mijn vader een klusje aan de Marnixstraat. Hij was huisschilder. Ik ging met hem mee. Op de witte betegelde muur van de kamer waar hij werkte, maakte ik een grote tekening. De mensen bleven ervoor stilstaan. Ook ene Van Raalten, een journalist. Die vond die tekening zo goed, dat hij voor mij een studiebeursje versierde aan de kunstnijverheidsschool.’

Hij raakte geheel bevlogen, maar mocht van zijn familie niet doorstuderen. Op zijn vijftiende moest hij gaan werken. Een jaar later brak de Tweede Wereldoorlog uit en werd Lucebert in een munitiefabriek in Duitsland te werk gesteld. Met behulp van een arts kon hij zich ziek melden en voor het einde van de oorlog terugkeren naar Nederland. Kort na de bevrijding werd hij opgeroepen voor militaire dienst in Nederlands-Indië. Daar wist hij zich door een slimmigheidje uit te redden.

Na de oorlogsjaren leefde Lucebert als dichter in grote armoede in Amsterdam. In tegenstelling tot zijn latere Cobrakompanen Appel, Corneille en Constant kreeg hij namelijk geen uitkering voor kunstenaars, hij moest dus nog inventiever zijn: ‘Ik had een vriendin, ik had wel meer vriendinnen, want aan één vriendin had ik om te fourageren niet genoeg.’ Tot zijn verrassing kreeg hij wel via via de gelegenheid een franciscaner klooster te decoreren, maar het liep uit op een fiasco doordat hij alle figuren opzettelijk mismaakt weergaf. De zusters lieten het meteen overschilderen met een witkwast.

In 1948 ontmoette hij Gerrit Kouwenaar, die zijn tekeningen interessant vond : ‘In die tijd dat ik nog op de kunstredactie bij De Waarheid werkte, kwam er een keer een jongeman met een mapje met tekeningen. Die tekeningen konden we niet gebruiken, maar ik vond het een heel interessante jongen en het was ontzettend mooi werk: quasiprecieze tekeningen, maar met de linkerhand vervaardigd.’ Zijn strips, tekeningen en cartoons verschenen kort hierop in MandrilHet ParoolHaagse Post en het literaire blad Braak.

Lucebert op Braak

Tekening van Lucebert op de omslag van Braak, jg. 1, afl. 4 (1950)

Luceberts gedichten maakten nog meer indruk. Hij werd meteen aan Jan Elburg voorgesteld en opgenomen in de Experimentele Groep. Met het gedicht Minnebrief aan onze gemartelde bruid Indonesia debuteerde Lucebert in het blad Reflex in 1948.

Lucebert ambassade h

Lucebert, compositie, 1948, gouache. Collectie Ambassade Hotel

Over tekenen zei hij: ‘Tekenen is het meest directe. In elke tekening zit een verrassingselement, doordat ik door middel van het toeval tot dingen kom die ik niet vooruit besproken heb met mezelf. Je maakt bijvoorbeeld een vlek, een willekeurige vlek, maar op het moment dat je daarvan de figuur maakt – of het nu een hondje of een mensje of een vogeltje is, of wat dan ook – dan heb je het toeval vernietigd, dan is dat voor die tekening een onherroepelijk lot, dan is hij geboren.

In de Cobrabeweging was Lucebert vooral als dichter actief, over zijn beeldende werk was hij nog onzeker: ‘Appel en Corneille waren al in hun schilderschap groot gebracht, ze waren zekerder dan ik. Ik durf nu wel te bekennen, dat ik in die tijd van Cobra met enige jaloezie naar Appel, Corneille en Constant heb gekeken. Het ambacht is belangrijk.’

Lucebert stapte in 1949, na de legendarische rel rondom de Cobratentoonstelling in het Stedelijk Museum, uit Cobra. Hij had er zelf een hoofdrol in gespeeld.

Afbeelding1

Meer over Lucebert en de werken in het Ambassade Hotel in de komende publicatie.

All photos on this site are not intended for any commercial purpose. I have tried to trace all the rules and rights of all images. As far as I know, these images can be used in this way. If you ar a copyright holder and would like a piece of your work removed or the creditline changed then please do not hesitate to contact me.

contact: estherschreuderwebsite@gmail.com

Comments are closed.

%d bloggers like this: