•What is a ‘Postcolonial Exhibition?’ 25 mei 2012 in De Nieuwe Liefde Amsterdam

English below

What is a ‘Postcolonial Exhibition’? Was de titel van het symposium van het SMBA (Stedelijk Museum Bureau Amsterdam) dat  vrijdag 25 mei 2012 werd gehouden in De Nieuwe Liefde in Amsterdam.

Om maar meteen met de uitkomst  te beginnen: de vraag is niet te beantwoorden. Er zijn nog teveel hangijzers. Zoals de vraag: Hoe post koloniaal zijn we eigenlijk.? Spanje heeft nog steeds gebieden in Marokko.(Nederland en Frankrijk zitten nog in de Cariben / ES)

Maar dat wil niet zeggen dat deze dag een overbodige exercitie was.

Tal van interessante gasten waren uitgenodigd waaronder Chris Dercon de directeur van Tate, Jesus Maris Carrillo Castillo, hoofd van de culturele programma’s van Museo Reina Sofia in Madrid en Irit Rogoff, professor of Visual Culture at Goldsmiths College. De laatste kan soms met prikkelende nieuwe ideeën komen, is mijn ervaring.

Abdellah Karroum van L’Appertement 22 in Rabat

De “kolonies” werden vertegenwoordigd door….. twee mensen op een totaal van twaalf sprekers. Het waren de kunstenaar Kofi Setordji van de Nubuke Foundation in Accra (Ghana) en Abdellah Karroum van L’Appertement 22 in Rabat (Marokko). Ghana is een Engelse kolonie geweest, Marokko een Franse en Spaanse kolonie. Er was niemand van een voormalige Nederlandse kolonie. Of wordt Ghana gezien als een Nederlandse kolonie? Wel sprak de Nederlandse kunstenaar Wendelien van Oldenborgh over haar Brazilië project. (Brazilië is in de zeventiende eeuw een tijdje gekoloniseerd geweest door “de Nederlanders” of beter: de West Indische Compagnie)

Er zijn daarnaast nog wat puntjes van inhoudelijke kritiek, in mijn ogen.

Jelle Bouwhuis, de organisator van het geheel, gaf een samenvatting van zijn essay in de net verschenen bundel Changing perspectives. Ik heb het essay niet gelezen, maar daarin wil hij blijkbaar aantonen dat het Stedelijk Museum in het verleden toch wel enige bescheiden pogingen heeft gedaan energie te steken in meer dan alleen Westerse kunst.

Zijn eerste voorbeeld  was een tentoonstelling over de collectie van de kunsthandelaar Carel van Lier in 1927. Maar vraag ik me dan meteen af: heeft het SMA deze tentoonstelling zelf gemaakt of is hij gemaakt door Van Lier? Hebben ze niet gewoon hun zalen beschikbaar gesteld, zoals ze dat meer deden in die tijd? En later ook. Want was deze kunsthandelaar niet zelf een van de interessantste tentoonstellingsmakers in die tijd?

Harmen Meurs Carel van Lier

Harmen Meurs Portret van Carel van Lier 1928

Hij is het die al vroeg alle kunstvormen naast elkaar plaatste in zijn galerie.

Pagina uit Carel van Lier Kunsthandelaar, wegbereider 1897-1945, van Bas van Lier 2003

detail pagina: Poster voor Carel van Lier ontwerp fotograaf Erwin Blumenfeld 1932 1933

Het toeval wil dat ik hier zelf mee bezig ben tbv een essay voor The Image of the Black in Western Art (W.E.B. Du Bois Institute / Harvard University publications)

Een ander voorbeeld in het verhaal van Bouwhuis was een tentoonstelling over Zuid Afrika die het SMA zou hebben samengesteld. En wederom een toevalstreffer (?): ik zat in de zaal naast Pauline Burmann die me toefluisterde dat zij deze tentoonstelling maakte  en hiervoor de zalen huurde bij het SMA.

Vraag komt nu wel naar boven: wanneer is iets een SMA tentoonstelling? Zijn alle Onafhankelijken tentoonstellingen ook SMA tentoonstellingen?

En daarbij werd tot mijn verbazing, de beroemde directeur Sandberg de hemel in geprezen. Dit keer omdat hij het had gedurfd niet westerse kunst te laten zien. Maar ik welke context deed hij dit? Dat lijkt me hierbij een belangrijke aanvullende vraag. Want als een ‘niet Westerse’ kunstenaar, geïnspireerd werd door westerse kunst en er onderdeel van ging uitmaken werd hij door Sandberg straal genegeerd, zo lijkt het.

Het voorbeeld Ernest Mancoba: 

Ernest Mancoba Url Stevenson Gallery SA

Mancoba  is het Zuid-Afrikaanse lid van de Cobra beweging en Sandberg de grote promotor van Cobra heeft deze kunstenaar, voor zover bekend straal genegeerd. Waarom? Sandberg is zeker niet de enige geweest i (zie Cat Black is beautiful, Rubens tot Dumas 2008)

In mijn essay in Rainbow Nation, hedendaagse beeldhouwkunst uit Zuid-Afrika mei 2012 schrijf ik hierover: ‘Specialiste Willemijn Stokvis besteedt bijvoorbeeld in haar volumineuze overzichtswerk over Cobra niet meer dan één regel aan Mancoba. Haar verklaring hiervoor staat in een voetnoot: ‘zijn werk moet nauwelijks iets gemeen hebben gehad met dat van zijn groepsgenoten. Ik zag naar naturalisme neigende gestileerde houten beeldjes van hem uit de tijd van vlak na de oorlog, die sterk zijn Afrikaanse afkomst verraden. Van zijn later werk zag ik het een en ander tijdens mijn bezoek aan hem en zijn vrouw in Parijs, voorjaar 1965’. Was Mancoba te Afrikaans? Te primitief om bij de primitivisten te horen? Inmiddels begint internationaal Ernest Mancoba nu een belangrijk schoolvoorbeeld te worden van het negeren van Afrikaanse kunstenaars door Westerse kunstwetenschappers.’

Het voorbeeld Mancoba is mogelijk de reden waarom de kunstenaar Stanley Brouwn absoluut niet wil dat er gerefereerd wordt aan zijn Surinaamse achtergrond. Dan gaan namelijk andere kunstwetten gelden, weet hij. Men gaat anders kijken naar het werk. Er wordt gezocht naar het primitieve, het typische Afrikaanse of Surinaamse, je komt in een andere categorie. Dat is nog steeds zo. Sommige kunstenaars zetten dit handig om in een voordeel zoals Yinka Shonibare.

Dit even terzijde van het symposium, maar wel interessant ivm wat volgt.

Want tot zover het muggenziften.

Er was namelijk veel positief nieuws!

Bijvoorbeeld de mededeling van Chris Dercon dat ze werken aan ..  jajajaja…..een Ernest Mancoba tentoonstelling in Tate! Mancoba krijgt dus niet zomaar aandacht, maar een presentatie op het hoogste niveau mogelijk. Waarschijnlijk is de Zuid Afrikaanse curator bij Tate van invloed geweest en het goede lobby en promotiewerk van de Stevenson Gallery in Zuid Afrika. Jammer dat Mancoba het zelf niet meer mee kan maken. Zou het SMA werk hebben?

Ernest Mancoba Url David Krut publishing

Chris Dercon kwam met nog Iets anders om naar uit te kijken (goeie pre-promotie): een tentoonstelling over Popart in de hele wereld: met de marketingtitel: The world goes Pop.         Hopelijk gaan ze ook kijken in de ‘Nederlandse Cariben’.

Mogelijk nog interessanter was, op het symposium, het verhaal van Jesus Maria Carrillo Castillo. Hij vertelde over hun “Post koloniale” projecten met de voormalige koloniën in Zuid Amerika. Zoals van Red Sur Ahora tododo’s somos Negro’s. Ik had die tentoonstellingen die hij toonde graag willen zien. Zie voor meer http://radio.museoreinasofia.es/archivo?lang=en

Het museum heeft een website om verder in te duiken. (ps website van Tate heeft 22 miljoen bezoeken per jaar)

In het kader van de vraag: What is a Postcolonial Exhibition? werd de praktijk van kunstenaars en curatoren door zowel Kofi Setordji als Abdallah Karroum als Wendelien van Oldenborgh aan de hand van concrete voorbeelden getoond. Hierbij legde Sefordji de nadruk op het samengaan en de uitwisseling tussen “inheemse” kunst en hedendaagse kunst en design.

Sefordji’s verhaal is enigszins vergelijkbaar met wat ik ben tegengekomen in Zuid-Afrika. Een land waar naar mijn idee, in de praktijk wordt uitgevoerd, waar dit symposium om ging. Riason Naidoo van de National Gallery van Kaapstad zou misschien een mooie extra aanvulling geweest zijn op het programma.

Het echte theoretische aandeel van de dag kwam van Johannes Fabian en Irit Rogoff. Zij gaven vooral tips over wat niet en wat wel mogelijke goede nieuwe richtingen waren, in theorie en praktijk.

.

Fabian was gevraagd in te gaan op het boek dat hij dertig jaar geleden schreef Time And The Other. Hij begon dan ook met : ‘One more time:……’

Basis van zijn theorie is, als ik het goed heb begrepen, dat iedereen in het hier en nu leeft en dat dát ook de manier is om met elkaar uit te wisselen. We leven allemaal in dezelfde tijd: we zijn contemporain, co –even, Zeitgenossen.  Dit om het observeren van “de ander” die in een schijnbaar andere wereld leeft te voorkomen.

En dan Irit Rogoff.

Zij hield een prachtig slotbetoog over onder andere Staging Loss. Dat wil zeggen, als ik het goed begrijp: als je in een collectie iets toevoegt, dat eerder genegeerd werd, het ten koste gaat van iets anders.

Een mooi voorbeeld gaf ze aan de hand van het politieke radicalisme uit de jaren vijftig zestig in Europa rondom Sartre. Een typisch Europees verschijnsel volgens de westerse geschiedschrijving.

Maar volgens Rogoff heeft de tentoonstelling The Short Century van Okwui Enwezor, die Westerse mythe doorgeprikt door te laten zien dat alle westerse politieke radicalen de Onafhankelijkheidsstrijd in Algerije aanwijzen als hun grote voorbeeld. En hiermee verliest Europa zijn claim op “het radicalisme” van die jaren. The Short Century komt volgens de spreekster in de buurt van een eerste post koloniale tentoonstelling. Of anders gezegd: een nieuwe manier van archiefvorming. Want daar gaat het om.

Rogoff benadrukt daarbij veelvuldig niet te weten wat een postkoloniale tentoonstelling is. En dat de periodisering van post en koloniaal een onmogelijke is.

Heel prettig was ook dat er die dag vragen werden gesteld bij het woord Modernity (een container begrip). Alex van Stipriaan, wees er gelukkig al bij het begin op. Modernity is nauw verwant met de ‘verovering’ van de wereld van het “Westen”, met het kolonialisme, met de wreedheden..

Simpel samengevat in mijn woorden: Het begint in de zestiende eeuw (Spanje, Italië, Portugal). En krijgt elke eeuw weer een nieuw gezicht. (zeventiende eeuw o.a in Nederland, achttiende: Frankrijk en Duitsland, negentiende eeuw: Europa verdeeld de wereld  enz enz)  Het woord is Multi interpretabel. Het woord Modernity wordt nu vaak gebruikt voor de twintigste eeuw en in verband met het modernisme, zonder verwijzing naar het verleden.

Wat bedoelt de spreker met Modernity? Is een eerste basisvraag lijkt me.

Er kwam die dag nog veel meer interessants langs (o.a. Marxisme bij Rogoff). Maar dit zijn de dingen die ik er nu even heb uigepikt voor dit moment. Anderen zullen weer een andere dag hebben beleefd, vermoed ik.

Het was op meerder punten een vruchtbare bijeenkomst.

Zie video http://project1975.smba.nl/en/article/video-symposium-what-is-a-postcolonial-exhibition

Dank dus aan de organisator :SMBA Jelle Bouwhuis.

Meer over Mancoba a  >A Certain South Africanness<  and >Negeren in het Cobramuseum<

———                     ——————                       ——————                      ————————–

English

What is a ‘Postcolonial Exhibition? Was the title of the symposium of the Stedelijk Museum Bureau Amsterdam  (SMBA) that was held Friday, May 25, 2012 in Amsterdam.

To get straight to begin with the outcome: the question is unanswerable. There are too many difficult issues. As the question: How postcolonial are we? Spain still has areas in Morocco. (Netherlands and France are still in the Caribbean / ES)

But that does not mean that this day was an unnecessary exercise.

Many interesting guests were invited including Chris Dercon, the Director of Tate, Jesus Maris Carrillo Castillo, head of the cultural programs of Museo Reina Sofia in Madrid and Irit Rogoff, Professor of Visual Culture at Goldsmiths College. Sometimes the latter may have provocative new ideas, in my experience.

The “colonies” were represented by ….. two people on a total of twelve speakers. It was the artist Kofi Setordji Nubuke of the Foundation in Accra (Ghana) and Abdellah Karroum l”Appartement 22 in Rabat (Morocco). Ghana has been an English colony, Morocco a French and Spanish colony. No one represented a former Dutch colony. Or is Ghana seen as a former Dutch colony? Instead of someone from a Dutch colony the Dutch artist Wendelien Oldenborgh spoke about her Brazil project. (Brazil was colonized in the seventeenth century by “Dutch” or better: the West Indian Company)

There are also some points of substantive criticism, in my eyes.

Jelle Bouwhuis, the organizer of the whole, gave a summary of his essay in the just-released bundle Changing perspectives. I have not read the essay, but it seems he wants to prove that efforts has been made in the past by the Stedelijk Museum in Amsterdam to show more than just Western art. His first example was an exhibition about the ethnographic collection of the art dealer Carel van Lier in 1927. But I am wondering: Who produced this exhibition: the SMA or is it made ​​by Van Lier himself? Van Lier was one of the most interesting curators at that time. And the museum rented halls to third parties. Coincidentally, I’m doing research into Van Lier serving an essay for The Image of the Black in Western Art (WEB Du Bois Institute / Harvard University publications)

Another example in the story of Bouwhuis was an exhibition about South Africa that would have been made ​​by the SMA. And again a fluke (?): I was sitting next to Pauline Burmann who whispered to me that she made ​​this exhibition and rented the rooms provided by the SMA.

Question now comes up: when is an exhibition a SMA exhibition?

And then to my surprise, the famous director Sandberg was praised again. This time because he had dared to show non-Western art. But I what context did he show this art? That seems an important supplementary question. Because as a “non Western” artist, was inspired by Western art and became part of it he was ignored by Sandberg, so it seems.

The example Ernest Mancoba:

Mancoba the South African member of the Cobra movement and Sandberg, the great promoter of Cobra, has ingnored this artist, if known ignored them. Why? Sandberg is definitely not the only one i (see Cat Black is beautiful: Rubens to Dumas 2008)

In my essay Rainbow Nation, contemporary sculpture from South Africa in May 2012 I write this: ‘Specialist Willemijn Stokvis dedicates its work on voluminous overview Cobra not more than one line to Mancoba. Her explanation for this is in a footnote: “His work must have had very little in common with that of his peers. I looked toward naturalism tending stylized wooden statues of him from the time just after the war, who are strong African ancestry betrayed. Of his later work, I saw some things during my visit to him and his wife in Paris, spring 1965 ‘. Was Mancoba to African? Too primitive to belong to the primitivists? Meanwhile internationally Ernest Mancoba is now an important textbook example of ignoring African artists by Western art historians.

The example Mancoba is possibly the reason why the artist Stanley Brouwn absolutely does not want anything that refers to his Surinamese background. Because then other art rules and laws will be applicable, he knows. With a different look at the work. A search for the primitive, the typical African or Surinamese, you will be in a different category. That is still  reality. Some artists turn it in to an advantage as Yinka Shonibare.

This aside from the symposium, but interesting because of what follows.

So far the nitpicking.

Indeed, there was much positive news!

For example, the notice of Chris Dercon: they’re working on an exhibition at the Tate about…….. yes…..:  Ernest Mancoba. Mancoba will get a presentation at the highest level possible. This will possibly have come about under the influence of the South African curator at Tate and good lobbying and advocacy work of Stevenson Gallery in South Africa. Mancoba is unfortunately no longer alive. Is his work represented in the SMA collection?

Chris Dercon came up with something else to look forward to (good pre-promotion): an exhibition of Pop Art in the world: the marketing title: The world goes Pop. Hopefully they also look at the ‘Dutch Caribbean.

Possibly even more interesting at the symposium was, the story of Jesus Maria Carrillo Castillo. He told about their “post colonial” projects with the former colonies in South America. As Red’s tododo Sur Ahora somos Negro’s. I had loved to see the exhibitions he showed. For more http://radio.museoreinasofia.es/archivo?lang=en

The museum has a website (ps Tate website has 22 million visits per year)

In the context of the question: What is a Post Colonial Exhibition? the practice of artists and curators was revealed by both Kofi Setordji as Abdallah Karroum as well as Wendelien of Oldenborgh on the basis of concrete examples. Sefordji emphasized the merger and the exchange between “indigenous” art and contemporary art and design. Sefordji’s story is somewhat similar to what I have encountered in South Africa. A country where, in my opinion, already happened in practice, where the symposium was about. Riason Naidoo of the National Gallery in Cape Town might have been a nice extra addition to the program.

The real theoretical part of the day came from John Fabian and Irit Rogoff. They gave tips on what are possible new directions, in theory and practice.

Fabian was asked to discuss the book that he wrote thirty years ago, Time And The Other. He therefore began with: “One more time ……”

Basis of his theory is, what I have understood,  that everyone is in the here and now and this is the way to exchange. We all live in the same time, we are contemporary, co-equally, Zeitgenossen. This to avoid to the observation of “the other” in a seemingly different world.

And Irit Rogoff.

She had a beautiful closing speech about Staging Loss. That is, as I understand it: if you add something in a collection that was previously ignored, it will be at the expense of something else.

A good example she gave was on the basis of the political radicalism of the fifties sixties in Europe around Sartre. A typical European phenomenon by Western historiography.

But according to Rogoff, the exhibition The Short Century of Okwui Enwezor, puctured this Western myth by showing that all Western political radicals appoint as their role model the Independence Struggle in Algeria. And with this Europe is losing its claim on “radicalism” of those years. The Short Century is according to the speaker in the vicinity of a first post-colonial exhibition. In other words, it is a new way of archival education. Because that’s what matters. Rogoff emphasizes frequently that she does not know what a post-colonial exhibition is. And that the periodization of post and colonial is impossible .

Very pleasing were the questions that were asked that day f. i. about word Modernity (a generic term). Alex Stipriaan, pointed out that Modernity is closely related to the conquest of the world by the “West”, and with colonialism, and with the cruelty .

Simply summarized in my words: It begins in the sixteenth century (Spain, Italy, Portugal). And again, every century a new face. (eg in seventeenth century Netherlands, eighteenth: France and Germany, nineteenth century Europe divided the world etc etc) The word is multi interpretable. Modernity The word is now often used for the twentieth century and in relation to modernism, without reference to the past.

What does the speaker mean with Modernity? Seems to me a first basic question.

much more interesting things past that day (including Marxism by Rogoff). But these are the things that I now have just picked for this moment. Others will have experienced yet another day, I suppose. It was a fruitful meeting on several points.

See video http://project1975.smba.nl/en/article/video-symposium-what-is-a-postcolonial-exhibition

Thanks so to the organizer: SMBA Jelle Bouwhuis.

——————————————————————————————————————

Meer over dit onderwerp op deze site:

Zie op deze site over Mancoba  >Afrika in het onderbewuste van de Europese en Nederlandse kunst. Africa in the subconscious of European Art<  uit de catalogus Black is beautiful Rubens tot Dumas (2008) En  >Global Art Discussie, een tussenstand< 

———————————————————————————————————————

Zie voor Changing perspectives website Framer Framed. http://framerframed.nl/en/projecten/boekpresentatie-changing-perspectives-unfixed/

Zie ook:  http://project1975.smba.nl/en/article/report-symposium-what-is-a-postcolonial-exhibition Curator Christel Vesters wrote an extensive report on the symposium.

——————————————————————————————————————-

Tentoonstelling stanley brouwn

6 June–19 August 2012

Opening: 5 June 2012, 6:30pm
Press preview: 5 June 2012, 11am

Institut d’art contemporain
Villeurbanne/Rhône-Alpes
11 rue Docteur Dolard
69100 Villeurbanne – France

www.i-ac.eu

More on Mancoba a  >A Certain South Africanness<  and >Negeren in het Cobramuseum<

13 comments
  1. dank je Esther voor dit interessante overzicht van de dag. Wat interessant (en Shocking) over Mancoba / COBRA! Ayu Utami speelt mooi met de begrippen modernity and tradition in haar roman Het getal Fu.

  2. Ha Dineke, dank! Het gebruik van het begrip Modernity is iets waar ik steeds meer over ben gaan denken na een vraag van Kobena Mercer aan mij (tijdens Du Bois/Harvard bijeenkomst eind april) over de kunstenaars Jan Sluijters en Nola Hatterman en hoe zij stonden in ‘Modernity’. Ik vind het lastig deze kunstenaars op dit gebied een label te geven. Mondriaan ok enfin… in de toekomst meer hierover in het stuk voor de publicatie (Image of the black in W.A.)

  3. Beste Esther,
    Dank voor je verslag! Helaas kon ik niet bij de meeting zijn, maar dankzij jouw verslag toch de grote lijnen kunnen meekrijgen. Ik blijf toch nog achter met veel vragen waarbij centraal staat in hoeverre tijdens de bijeenkomst de centrale vraag rondom macht en machtsverhoudingen ook expliciet benoemd en besproken werd. Kolonialisme draait om scheve machtsverhoudingen tussen natiestaten en bij extensie -wanneer betrokken op het thema van deze meeting gaan postkoloniale tentoonstellingen dan om de machtsverhouding tussen de tentoongestelde en tentoonsteller? Binnen een wereld waarin meer ruimte is voor toch transnationaal, transgenerationaal en transgender, zou je hopen dat er ook ruimte komt voor het denken aan tentoonstellingen en musea vanuit een meer post-natiestaat oogpunt.

    Het klinkt alsof er gelukkig aan alle kanten hele kleine stapjes worden gezet naar meer inclusiviteit. Want hoewel sharing authority toch nog een erg moeilijk thema is, dwingt de tijdsgeest en de genetwerkte wereld ook ons als musea in een ijltempo de 21ste eeuw in te durven springen. Open te staan voor user generated content vanuit alle werelddelen en van niet conventionele tentoonstellingsmakers is daarbij een must.

  4. Beste Laura.

    Met de laatste zin kan ik het erg eens zijn, zeker als ik mezelf reken tot de “niet conventionele” tentoonstellingsmakers.

    In Nederland blijft veel steken in teksten en symposia en gaat men niet over tot daden bij musea, is mijn ervaring. Er lijkt ergens een angstfactor en een grote onbekendheid met “de post koloniale wereld” te zijn. (algemeen gesproken)

    Komt het door schuldgevoel misschien? Met schuldgevoel los je niet veel op, bovendien schept het weer verschil. Zolang je het over dader en slachtoffer blijft hebben zit je in een ingewikkelde machtsverhouding en niet in een “wij leven in dezelfde tijd”

    Of komt het omdat in Nederland het aantal kamergeleerden hoog is op dit gebied? De kennis die vanuit hier (Nederland) opgedaan wordt is onvergelijkbaar met de kennis ter plaatste, is mijn ervaring.
    Voorbeeldje van een kamergeleerde: de Ghana specialist van een groot museum in Nederland is één week in groepsverband in Ghana geweest. De publicatie verschijnt binnenkort.
    Ander voorbeeldje uit mijn eigen onderzoeks- en ervaringsarchief:
    Er zijn niet tot nauwelijks contacten tussen de Nederlandse musea en de Zuid-Afrikaanse musea (voor zover ik heb kunnen ontdekken in 2011 toen ik zes weken, alleen, in het land in diverse steden, verbleef). Terwijl de Nederlandse musea daar veel zouden kunnen leren op het gebied van Macht en Post koloniaal. Men heeft er juist dáár over moeten denken de afgelopen 20 jaar ivm de afschaffing van de Apartheid.
    Heel interessant! Blank is daar nu “De Ander” (met geld)
    Het mes staat daar op de keel van de blanke museum medewerkers (bij wijze van spreken) Zij kunnen niet blijven steken in tekst. Zij zijn wel begonnen met de praktijk. De theorie moet volgen (is mijn indruk). Mario Pissarra (van Third Text) doet o.a. pogingen.

    Misschien wordt dit een mooi voorbeeld van Staging Loss (Irit Rogoff) in de toekomst. De “Post koloniale tentoonstelling” is al bedacht in de ‘Post kolonie’. Die wedstrijd gaat ‘het Westen’ verliezen, of is al verloren.

    Nog wat punten die naar voren kwamen tijdens het symposium en die bij mij zijn blijven hangen:

    Naar wat ik begreep ging het niet echt over de machtsverhouding tussen de tentoongestelde en tentoonsteller. Het ging o.a. om het doorbreken van de westerse canon en het verlaten van het verleden (koloniale blik en tijd).

    Tekst van Irit Rogoff bij symposium:
    “Our Current Conditition”
    As we can no longer think of the postcolonial as a condition of exception that relates exclusively to past colonial histories and to the awkward dimension of unease felt around current migrations into Europe, we need instead to recognize it as our current condition. In the context of the symposium in Amsterdam, this means that dexlaration of good intention that seeks to redress past wrong by strategies of visibility and representation are not really acceptable ways of dealing with the situation. It is only in understanding the multiple registers of periodization. Of the movement of models of postcolonial critique around the world, of the roles that exhibitions might have in saturating the field of vision with an ‘ordinariness’ of the colonial present, with a rewriting of what ‘contemporaneity’ might mean: that we can grasp the postcolonial beyond a series of particular histories and into a continuous present.”

    Er werd vanuit de zaal gevraagd of het SMA bezig is zijn systeem van categorisering (begrippen uit mijn herinnering) aan te passen. Het antwoord van hoofd collecties was erg vaag, ik vermoed dat het ontkennend was.
    Chris Dercon gaf aan het SMA het advies te beginnen met aan kopen, al past het niet in de collectie. Hij gaf daarnaast het advies dit niet te doen op de grote beurzen en biënnales, maar zelf op reis te gaan en de landen te bezoeken. Ook aardig was dat hij wees op wat Tate wel en niet goed kon op het gebied van tentoonstellingen maken.
    Advies: Ken je zwaktes. En huur iemand in die het wel kan.
    Dercon had het verder over het vele geld dat nu de UK binnenkwam ivm de Euro crisis en de invloed die het had op de kunstwereld. (geld is macht). In UK zijn musea afhankelijker van de grote bedrijven (misschien is dit nu gunstiger om tot verandering te komen?) Er zit heel veel geld in Brazilië, het Midden Oosten ed. Men investeert in kunst en cultuur.

    Dit komt grotendeels uit het geheugen, ik heb niet alles opgeschreven.

    • Patricia van Ulzen said:

      Dank voor dit verslag, interessant!

  5. Dag Esther,
    allereerst bedankt voor je uitvoerige respons en natuurlijk even een korte reactie voor zover het mijn lezing betreft. Het volledige artikel staat in het net uitgekomen boek ‘Changing Perspectives’ (KIT Publishers), maar ik kan je het ook zelf sturen, zonder afbeeldingen. .
    Het ging mij er om op een rijtje te zetten wat er in het Stedelijk is ‘gebeurd’ aan niet-Westerse kunst, en niet zozeer om daar meteen een oordeel over te vellen, want dat ligt nogal voor de hand. Wel is het handig om dit overzicht te hebben zodat we er aan te kunnen referen bij de ontwikkeling van nieuwe programma’s (die zeker gaan komen). Mijn doel was zeker niet om Sandberg op een voetstuk te zetten. Maar wel om te laten zien vanuit welke perspectieven polynesische kunst, haïtiaanse schilderkunst, Afrikaanse grafiek, Asmat-voorwerpen etc. het museum in kwamen. (dit gebeurde vooral nadat het Museum voor Aziatische Kunst van het Stedelijk naar het Rijksmuseum was verhuisd in 1952).

    In het artikel vermeld ik duidelijk welke tentoonstelling extern, en welke intern werd georganiseerd. ‘Moderne Kunst Nieuw en Oud’ (1955) is een echte Stedelijk productie, terwijl ‘Hedendaagse Negerkunst uit Centraal Afrika’ (1957) een reizende collectie was; ‘U-ABC’ (1989) was gebaseerd op veldwerk van Wim Beeren zelf, ‘Zuiderkruis’ (1994) was een Venetië-productie, terwijl Snap Judgements’ (2008) natuurlijk van Enwezor en het ICP was. Ik wilde ook aangeven waarom in het Stedelijk vanaf 1960 tot 1989 (!) de niet-westerse kunst ‘non-grata’ was.

    Ik vind het veeel te gemakkelijkom te stellen dat het ‘niet goed’ is voor een museum als het Stedelijk om externe tentoonstellingen te hosten. Je geeft zelf al het voorbeeld aan van de ‘Ghana-specialist’ (wie is dat?) die een zgn. Ghana-tentoonstelling gaat maken. Vaak is het gewoon beter om een tentoonstelling over te nemen of te laten maken, sterker: dat is in elk museum staande praktijk. Wel ben ik met je eens dat dit, zoals de onderhavige geschiedenis laat zien, leidt tot vluchtige interesses in ongewone regio’s; feitelijk een vorm van exotisme. Project ‘1975’ gaat daar tegen in. Maar ga nou niet net doen alsof elk museum op zichzelf wereldspecialist kan of moet zijn; een gezonde interesse lijkt me genoeg, en dat dan liefst in samenwerking met de etnomusea zoals in de jaren ’50!

    Jelle

  6. Beste Jelle,
    Dank voor deze reactie en de verduidelijking. Bij een presentatie moet je veel nuances weglaten, besef ik me.
    Wat betreft hosten. Daar ben ik helemaal niet tegen, dat is een misverstand. En ik denk dat het onmogelijk is van alle werelddelen en landen op de hoogte te zijn, dat is ook een misverstand.
    De encyclopedische musea in Amerika kunnen (vind ik) soms erg saai worden. Van alles een stuk. Nu ook El Anatsui en Shonibare. Liever een verrassing een unusual suspect (wat mij betreft).

    Ik ben heel benieuwd waar jullie mee gaan komen.
    Of de ‘Ghana specialist’ met een tentoonstelling komt weet ik niet, wel met een boek. De ‘specialist’ staat voor wat meer gebeurd in de Nederlandse kunstwereld (en waarschijnlijk elders ook). NML: het in groepsverband ergens een week (of twee) naartoe reizen. En daar dan nauwelijks, tot geen, nieuwe contacten aan overhouden, behalve Nederlandse. Dit in tegenstelling tot instanties als het Goethe instituut, Ifas en andere Europese instituten die goede en vooral blijvende relaties aangaan. Ik heb me hierover verbaasd.

  7. Ps Er is in mijn optiek wel een verschil tussen hosten en zalen verhuren. Het SMA heeft in het verleden heel veel zalen verhuurd (De Sandberg vleugel). Onafhankelijke organisaties zoals: De Onafhankelijken (dit jaar 100 jaar) en vele anderen huurden zalen voor tentoonstellingen.

    • Het gaat hier om officiële Stedelijk-tentoonstellingen, met catalogi, en niet om zaalverhuur! Om een voorbeeld te noemen, eind jaren ’40 was er in het Stedelijk een tentoonstelling van hedendaagse Zuid-Afrikaanse kunst – waarschijnlijk de eerste in Europa, aldus Clare Butcher. Maar deze heb ik niet gevonden op de tentoonstellingslijst. Ik moet dus nog uitzoeken wat dit precies was – waarschijnlijk via een verhuurconstructie. Maar in Z.A. zijn ze er heel trots op, geloof ik….

      • Misschien heb je hier wat aan:

        1902 Tentoonstelling voor de boeren in SMA (nu Afrikaners) ter ondersteuning Anglo-Boerwar 1931 Grot tekeningen van de Bosjesmannen tentoonstelling in SMA
        1936 Nederlandse kunstentoonstelling waarbij ook de Afrikaners (ivm stamverwantschap) ook in SMA (samenstelling oa. Jan Sluijters, Willy Suiter ea)
        ALGEMEEN NEDERLANDSCHE KUNSTTENTOONSTELLING.
        Hedenmiddag is in tegenwoordigheid van een aantal belangstellenden in het Stedelijk Museum te Amsterdam de Algemeen Nederlandsche Kunsttentoonstelling geopend door den voorzitter van het Alg. Ned. Verbond, den heer P. J. de Kantor. Deze zelde. dat voor de versterking van de cultureele banden tusschen de verspreide deelen van den Nederlandschen stam een tentoonstelling van voortbrengselen der beeldende kunsten van Nederlandsche. Vlaamsche en 2uld-Afrikaansche kunsten een der vele middelen is. Tevens hebben wij deze gelegenheid aangegrepen om een zoo juist mogelijken indruk te geven van de beteekenis der thans levende Nederlandsche kunstenaars en hun stamgenooten in Vlaanderen en Zuid-Afrika.

        1959 Grote tentoonstelling Gemeente museum Den Haag / Groningen. In jaren vijftig werden de banden tussen ZA en Nederland nog uitvoerig gevierd.

      • Jaja, daar valt nog heel veel over uit te zoeken, kan je na gaan!

        PS: Natasa Ilic is natuurlijk ook uit een postkolonie. Maar zijn we dat niet allemaal?
        PS2: Het was de bedoeling dat Wendelien van Oldenborgh ook nog werk zou vertonen over het Nederlands koloniale verleden in Indonesië, maar door tijdgebrek kon dat niet doorgaan, helaas…

  8. Esther,
    “1902 Tentoonstelling voor de boeren in SMA (nu Afrikaners) ter ondersteuning Anglo-Boerwar 1931 Grot tekeningen van de Bosjesmannen tentoonstelling in SMA”
    Waren daar alleen grottekeningen van Bosjesmannen te zien (foto’s of kopieën neem ik aan) ter ondersteuning van de Boeren in de Tweede Boerenoorlog? Vind ik niet terug in ‘Nederland op zijn breedst’. In Engeland was een tentoonstelling van speciaal gemaakt werk door kunstenaars (o.a. Alma-Tadema) tbv de oorlogsinspanning; ik ben erg benieuwd of er in Nederland ook zoiets was.

    • Beste Michel.
      Het gaat om twee verschillende tentoonstellingen.
      1902 Ondersteuning Boeren.
      Uit de krant:
      Pro-Boer Tentoonstelling.
      Uit Amsterdam meldt men ons: Ia tegenwoordigheid van een aanzienlijk aantal genoodigden werd heden in het Stedelijk Museum de tentoonstelling oeooend van de Haagsche Pro-Boer Vereeniging. Zij bevat zoo ongeveer 1200 kunstvoorwerpen, het IJ4 gedeelte Van hetgeen meerendeels door schilders yan naam uit geheel de wereld — met uitzondering van Engeland, dat slechts een onbeduidend paneeltje inzond — gratis werd afgestaan om verloot te worden, en de opbrengst van loten en cotrée’s te doen tot leniging van de ellende en den nood van weduwen en weezen van de slachtoffers van den oorlog in Zuid-Afrika. Hel Amsterdamsche comité voor deze internationale kunstverloting vraagt voor deze eigenaardige en merkwaardige expositie bijzondere aandacht. En met recht. De hier tentoongestelde doeken, paneelen, aquarellen en beeldhouwwerken toch zijn de keur uit de geheele collectie en zijn in een twaalftal zalen onder toezicht van mannen der kunst als prof. dr. J. Six, Bart van Hove, 11. W. Jansen, J. H. Weismuller, zoo uitnemend geordend en gerangschikt, dat alles volkomen tot zijn recht en op het voordeeligst uitkomt. Veel beter en schooner dan dit in het gebouw te Scheveningen het geval kon zijn.
      Prof. Six hield een toespraak waarin Z. H. Gel. de tentoonstelling zeer aanbeval ook om het gehalte der kunstwerken en mede vooral om het goede doel. In Amsterdam is niet alies wat in Scheveningen was tentoongesteld, maar daardoor heeft de collectie eer gewonnen dan verloren. Men weet dat de trekking is uitgesteld tot a.s. voorjaar. Er is dus voor menigeen, die nog niet te Scheveningen is geweest, gelegenheid om nu te Amsterdam nog te zien de barmhartigheid der kunstenaars 0n… loten te koopen.

      1931 Schilderingen die gemaakt zijn van de grot schilderijen.
      Uit de Krant:
      BOSCHJESMANNEN OP JACHT. Het Nederlandsch Nationaal Bureau voor Anthropologie houdt in het Stedelijk Museum te Amsterdam een tentoonstelling, bestaande uit copieën van rotsteekeningen van Boschjesmannen. „Op jacht”, door prof. dr. L. Frobenius gecopieerd van een rots in Zuid-Afrika.

%d bloggers like this: