• Kunst en crisis in 1933: De Onafhankelijken, Het Stedelijk Museum en Harmen Meurs (2)

De kunst in crisis in de jaren dertig van de twintigste eeuw

In de jaren dertig van de twintigste eeuw sloeg de economische crisis hard toe en trof ook de kunstenaars in Nederland .

Onder leiding van de journalist en musicus Paul F. Sanders en met de medewerking van onder andere: de Onafhankelijken, diverse kunstenaarsfederaties, De Socialistische kunstenaars kring, Links richten, De Haagse kunstkring, werd in 1933 een poging gedaan een oplossing te vinden voor de financiële nood onder de meeste kunstenaars in Nederland.  Er werd een congres georganiseerd. Voor de beeldende kunstenaars nam Harmen Meurs het woord.

Het communistische dagblad De Tribune meldde:

…” Bedoeling van dit congres is door samenwerking van alle kunstenaars op elk gebied der kunst te komen tot doeltreffende maatregelen ter bestrijding van den nood onder de kunstenaars……. Als sprekers zullen optreden: M. L. Blitz voor de cabaret-artisten; F. Hannema voor de musici; Jef Last voor de letterkundigen; Ir J. B. van Loghem voor de architecten en kunstnljveraars; Harmen Meurs voor de beeldende kunstenaars; Jo Sternheim voor de tooneelkunstenaars; terwijl P. Koomen de plaats, taak en invloed der kunstjournalistiek zal behandelen en Paul F. Sanders namens het comité een algemeen referaat zal houden.” (hun toespraken zijn terug te lezen in de kranten)

Harmen Meurs, die voorzitter was van de Federatie van Beeldende kunstenaars riep onder andere gemeentebesturen op hun kunstenaars te ondersteunen.

De Tribune deed ook verslag over de oprichting van een actiecommissie.

De Adekom die genoemd wordt is waarschijnlijk Anton de Kom.

Het bleef niet bij dit congres. In september 1933 werd de uitgave De Kunst in Nood gepresenteerd in Den Haag

Kunst in Nood 3 Kunst in Nood 4 Kunst in Nood

Het Nieuwsblad van het Noorden deed verslag van de bijhorende tentoonstelling en de uitgave:

PICTURA Tentoonstelling der standaard-uitgave  „De Kunst in Nood”

16—28 September 1933

Zaterdagmiddag werd voor een kleinen kring van belangstellenden bovengenoemde tentoonstelling geopend met eene rede van wethouder Reinink (…)

Spreker vertelde, hoe het comité het plan opvatte een werk uit te geven, waaraan Nederlandsche kunstenaars hun belanglooze medewerking zouden verleenen, terwijl de opbrengst ten bate van noodlijdende kunstbroeders zou komen. In de eerste plaats is men dank verschuldigd aan H. M. de Koningin, die in elke aflevering van het zesdeelige werk is vertegenwoordigd en hiermede een groote stuwkracht gaf. (…)

De opbrengst van het werk komt ten bate van de beeldende kunstenaars, doch niet alleen zij, ook letterkundigen, musici, architecten, acteurs, danseressen en kunstfotografen stonden werk of foto’s af. Door hun spontane hulp en door vele giften, die in het geheele land verzameld werden is het nu mogelijk de uitgave ten verkoop te leggen, waarvan de opbrengst direct en in zijn geheel voor het doel beschikbaar komt. De gelden zullen worden gebruikt voor het aanschaffen van kunstwerken, die geëxposeerd zullen worden en daarna verloot. Het is dus niet een steun voor een moment, maar een steun, die een tijdlang zal kunnen voortduren. (…)

De afleveringen geven naast de bladzijden tekst en illustraties elk een bijlage, waaraan bijzondere zorg werd besteed: een reproductie naar een werk van H. M. de Koningin en een aantal op bruin papier gehechte reproducties, die los zijn bijgevoegd. (…)

1933 Kunst in Nood werk van koningin Wilhelmina op de tentoonstelling

En later dat jaar werd in het Stedelijk Museum van Amsterdam een vergelijkbare een tentoonstelling georganiseerd.

Het Algemeen Handelsblad berichtte:

KUNST S.O.S. Crisistentoonstelling in het Stedelijk Museum

‘Men weet: de kunstenaars moeten gesteund, dus — op de tentoonstelling moet verkocht worden. Dat is, sinds de opening, dan ook al heel aardig gegaan. Overal waar onder een schilderij of beeldhouwwerk een wit kaartje geprikt is, hangt of staat een plaatsvervanger voor een verkocht stuk. Er moeten nog veel en veel meer van die witte kaartjes komen, wil de tentoonstelling slagen en tevens de zorgen loonen die aan de smaakvolle inrichting werden besteed.’

Een van de kunstenaars die er een werk heeft hangen is Harmen Meurs. Het is een Frans dorpsgezicht. Goed verkoopbaar zou je denken. Of dat ook gelukt is, is niet bekend.

Comments are closed.

%d bloggers like this: