• De Global Art Discussie: een tussenstand / The Global Art Discussion: an intermediate

(for English please scroll down)

Mondiaal, met een zwaartepunt in het westen, wordt gediscussieerd over de globalisatie van de hedendaagse beeldende kunst en de problemen die dit met zich meebrengt. Veel kunsthistorische verklaringen uit het westen blijken niet toepasbaar en overdraagbaar te zijn naar de rest van de wereld. Toch gaan steeds meer kunstenaars uit niet dominante landen meedoen aan het internationale kunst discours door onder andere over de wereld te reizen als artist in residence, samen te werken met kunstenaars uit andere landen en natuurlijk internet.

Brett Murray Identity

Brett Murray Identity

Er komen hierdoor steeds meer culturele achtergronden en historische contexten bij, waarnaar wordt verwezen. Hoe hen te begrijpen?

In Nederland ging de discussie, tot voor kort, ook over de praktijk. Want er begonnen zich twee problemen af te tekenen in musea.

  • Ten eerste: hoe stellen we de kunst uit de voormalige koloniën tentoon.
  •  Ten tweede: wie mag wat kopen uit de Global Art ruif.

Het eerste probleem speelt vooral bij kunst/historische musea zoals het Rijksmuseum in Amsterdam. Het laatste probleem meer tussen de volkenkundige (etnografische) musea, en musea van moderne en hedendaagse kunst.

Het  Tropenmuseum in Amsterdam verwierf  bijvoorbeeld zeer recentelijk een werk van de wereldberoemde hedendaagse kunstenaar Yinka Shonibare op de beurs van Basel. Shonibare is een Engels/Nigeriaanse kunstenaar en woont in Londen. Hij wordt al jaren aangekocht door de grote kunstmusea in de wereld, zoals het MoMA in New York en Tate-Britain in Londen. Hij past zowel in het grote verhaal van het westen als dat van Afrika en Azië.

Shonibares drijfveer lijkt duidelijk: de werken verwijzen bijna altijd naar de decadentie van de Europese culturen van de achttiende en de negentiende eeuw. De koloniale wereldmacht wordt met veel plezier te kijk gezet in installaties met onthoofde poppen in compromitterende houdingen. Vaak seksueel getint. De kleding die gedragen wordt, is Victoriaans en gemaakt van Dutch Wax textiel. De techniek voor deze stof bewerking is door de Nederlanders in Indonesië opgestoken en ingezet om voor de West-Afrikaanse markt stoffen met bedrukte patronen te maken. Ze worden nu typisch Afrikaans gevonden, maar zijn nauwelijks een eeuw oud.

Yinka Shonibare in de Rabo bank collectie

Two mannequins, Dutch wax printed cotton textile, shoes, coir matting, artificial silk flowers, Yinka Shonibare in Rabo bank collectie

Shonibare vergelijkt zijn werk met de figuur Zelig in de gelijknamige film van Woody Allen. Zelig is een menselijke kameleon, een man die zich aan iedereen in zijn buurt aanpast.

Woody Allen in Zelig

Hij maakt waarnaar de Global markt verlangt.

Hij geeft daarbij eerlijk toe zich geen risico’s meer te permitteren, omdat er inmiddels, door zijn succes, teveel internationale reputaties op het spel staan. Dit klinkt afkeurend, maar zo is het helemaal niet bedoeld. Ik ben een grote fan van zijn werk en zou hem willen vergelijken met de Amerikaanse Josephine Baker. Baker wist haarfijn, net als Shonibare, met veel gevoel voor theater en iconische beelden hoe ze de blanke markt in Europa moest bespelen met haar talent and a touch of Africa.

Josephine Baker

Daar hoorde destijds een bananenrokje of iets anders ‘Afrikaans’ bij. Shonibare zet nu Dutch Wax in (van de Vlisco textiel fabriek). Hij wil namelijk een ‘piece of the pie’ vertelde hij zijn publiek in Tate Britain. (online bij Tate Britain) Ze zijn beide opgenomen in de kunstcanon en geschiedenis van het westen.

Maar gaat het hier ook om Global Art? Of om World Art? En wat is Global Art en World Art dan?

Op dit moment lijkt het begrip Global Art vooral om hedendaagse kunst te gaan, de kunst van nu op de wereldpodium (Biennales ed) en het begrip World Art over kunst van alle tijden, alle disciplines en alle volken.

Inmiddels verschenen talloze boeken over het onderwerp en zijn er maandelijks conferenties met net weer een andere invalshoek op het fenomeen Global Art en World Art. Sommigen proberen al voorzichtig schema’s te bedenken waarin alle kunst past, anderen pakken het voorzichtiger aan. Weer anderen concentreren zich alleen op ‘the new modernity’, de hedendaagse internationale Global wereld van biënnales en beurzen. Echte oplossingen om alle kunst van de wereld te verenigen in een ‘systeem’ lijken echter nog niet gevonden. Volgens Okwui Enwezor voldoen in ieder geval de meeste pogingen in het westen tot het maken van categorieën om hedendaagse Afrikaanse kunst te definiëren, niet

Wetenschappers in niet Westerse landen bekijken de discussie in de kunstwetenschappen over Global Art vaak met argwaan, heb ik gemerkt de afgelopen maanden. Velen zijn huiverig dat onder de noemer van globalisatie, een nieuwe vorm van westers imperialisme over hen heen zal komen. Met als beangstigend resultaat: mainstream kunst, lees: Zeligachtige werken, waarin velen zichzelf niet meer in terug herkennen, omdat ze aan de verbeelding van het Westen voldoen en kunnen worden ingepast in de westerse kunst canon.

Global Art

“commercieel” boek over Global Art

Want ‘Is Art History Global?’ vragen enkelen zich af waaronder de Amerikaan James Elkins. In een boek met deze vraag als titel, verzamelde hij essays, een discussie en ‘assesments’  die proberen een antwoord te formuleren op de vraag of het westen kunsthistorische methoden kan bieden aan de rest van de wereld. En zo niet, of er alternatieven zijn. Het boek is een discussie tussen wetenschappers uit diverse delen van de wereld. Allen lijken nog zoekende.

Uitermate zinvol lijkt mij in ieder geval één van Elkins adviezen: blijf zo dicht mogelijk bij de kunstenaars zelf en de context waarin een werk is ontstaan. Vermijd Walter Benjamin, Lacan en Foucault bij het bestuderen van kunst uit het niet westen. Probeer de filosofen en denkers uit de directe omgeving van de kunstenaars te vinden. *

Is Art History Global?

De discussie, die vijf jaar geleden plaats vond,  geeft verder inzicht in praktische problemen die er bestaan, en inzicht in hoe moeilijk het is om afstand te nemen van de westerse kunsthistorische methoden. Zelfs als er in een land een grote weerstand tegen is.

Een van de deelnemers is bijvoorbeeld de Zuid-Afrikaanse professor Sandra Klopper, nu decaan van de universiteit van Pretoria. Zij vertelt dat de kunstgeschiedenis die wordt gedoceerd in Zuid-Afrika belangrijk verschilt met de kunstgeschiedenis van Europa en Amerika. Ze geeft hier de volgende uitleg voor:

‘The canon of art, as it is taught in First-world countries, presents a problem for South Africa on account of the history of colonialism in Africa. There has been a shift towards validating indigenous art and archaeological material in recent years. This has been happening in South Africa especially since the emergence of democracy in the 1990s, and so, increasingly, we are teaching not European art, but rather concentrating on local and contemporary South African art and popular culture. An enormous shift is taking place, away from a Western history of art.’

Dat wil niet zeggen dat de discussie over Global Art in Zuid-Afrika niet net zo gedreven wordt gevoerd als in ‘The North’, zoals het westen in Zuid-Afrika wordt genoemd.

Maar de meeste conferenties vinden in het westen plaats. De bezoekers en sprekers op deze conferenties zijn ook over het algemeen verbonden aan westerse universiteiten. Zij kunnen het betalen om te reizen en hebben hiervoor de tijd. En ook in het westen verschijnen de meeste publicaties over deze nieuwe zoektocht.

Kortom: op dit moment lijkt Global Art hoofdzakelijk nog steeds een westers bedenksel. Leuk voor Biënnales.

Pas als er genoeg tijd en geld is in de rest van de wereld zal hopelijk een echte discussie op gang komen over een “nieuwe kunstgeschiedenis” en de betekenissen van kunst op een Global / World niveau. Mogelijk is dat al snel nu de economische machten beginnen draaien richting landen als China, Brazilië en India. Het westen lijkt steeds minder nodig.

De kunst zal hierdoor waarschijnlijk ook veranderen. Vermoed ik. Het zijn interessante tijden.

Hierover later meer  Zie voor de textielfabrieken Vlisco en Ankersmit ook <Reijer Stolk>

* Sowieso wel een fris advies vind ik persoonlijk.

contact : estherschreuderwebsite@gmail.com

——————————————————————————————————————-

English translation 

Globally, with a peak in the west, the art world discusses in the recent years the globalization of contemporary art and the problems that this entails. Many art-historical statements in the west do not seem applicable and transferable to the rest of the world. Yet more and more artists from ‘non-dominant’ countries are participating in the international art discourse by travelling the world as an artist in residence, by working with artists from other countries and, of course, by connecting on the internet.

There are thus increasing cultural backgrounds and historical contexts to which art and artists refer. How to understand them?

Mary Sibande Rainbow Nation tentoonstelling Beelden aan Zee Scheveningen

In the Netherlands this discussion is also about the practice. Because two problems began to emerge in museums. First: how to exhibit the art from the former colonies?

(Former Dutch colonies are f.i. Suriname, Indonesia, Dutch Antilles, part of Brazil)

Second: What do Dutch museums collect (buy) from these artists ?

The first problem is particularly acute among art / history museums like the Rijksmuseum in Amsterdam. The last problem is acute between the ethnological (ethnographic) museums and museums of modern and contemporary art.

The Tropenmuseum in Amsterdam for example, acquired in 2011 the work “Planets in my head, Literature” by the world renowned contemporary artist Yinka Shonibare at the Basel fair. Shonibare is a British / Nigerian artist who lives in London. He’s already being purchased by major art museums in the world, including the MoMA in New York and Tate Britain in London. He fits in the dominant story of the West as well in that of Africa and Asia.

Shonibare’s motive seems clear: his works almost always refer to the decadence of European cultures of the eighteenth and nineteenth centuries. With great pleasure the ‘colonial power’ is depicted in installations with decapitated dolls in compromising positions, often sexually explicit. The clothing worn is Victorian and made ​​of Dutch Wax textiles. The Dutch have learned the technique for this process, in Indonesia and are used by the Dutch to design fabrics for the West African market. The fabrics are now seen as typical West African.

Shonibare compares his work with the figure Zelig in the movie by Woody Allen. Zelig is a human chameleon, a man who adapts to everyone in his neighborhood. This artist makes the art that the Global market wants.

He admits that he will not take risks anymore, because now, by his success, too many international reputations are at stake. This, maybe, sounds disapproving of me, yet it is not intended to be. I am a big fan of his work and would like to compare him with the American Josephine Baker. Baker knew, as Shonibare does, how to play the white market in Europe with her talent, a great sense of theater, iconic images, and a touch of Africa, f.i. a banana costume or something else ‘African’

Shonibare uses Dutch Wax (of the textile factory Vlisco). He wants a piece of the pie “he told his audience at Tate Britain. (Online at Tate Britain) Baker and Shonibare are now both included in the canon and art history of the west.

But is this Global Art? Or is it World Art? And what is Global Art or World Art?

At this moment it seems that the concept of Global Art is used to refer to contemporary art, the art of now on the world stage, and the concept World Art refers to art of all ages, all disciplines and all nations. Numerous books have appeared on the subject Global Art and World Art and there are monthly conferences with just another perspective on the phenomenon of. Some have been trying to work out schedules in which all art fits, others tackle it more cautious.

Others again concentrate solely on ‘the new modernity’: the contemporary global world of international biennials and fairs. However real solutions to unite all the art of world in a “system” were not found. For instance: most efforts in the west to create categories to define contemporary African art do not work, according Okwui Enwezor.

I’ve noticed in recent years that scientists in non-Western countries look often with suspicion at the discussion in the arts on Global Art. Many are wary that under the guise of globalization, a new form of Western imperialism will come over them. With a frightening result: mainstream art, read: Zelig like work.

Is Art History Global?

In the book “Is Art History Global?” some, including the American James Elkins, to try to answer the question whether the Western art history can offer methods to the rest of the world. And if not, whether there are other alternatives. The book is a discussion between scientists from various parts of the world. Elkins ‘collected’ for this purpose essays, a discussion and “assessments”.

Really useful are (in my opinion) Elkins recommendations:

  • Stay as close to the artists themselves and the context in which a work is created.
  • Avoid Walter Benjamin, Lacan and Foucault in the study of art from the non-West.
  • Try the philosophers and thinkers in the immediate vicinity of the artists.

One of the participants is the South African Professor Sandra Klopper, now dean of the University of Pretoria. She tells the history that is taught in South Africa differs significantly with the art history of Europe and America.

She gives the following explanation here:

‘The canon of art, as it is taught in First-world countries, presents a problem for South Africa on account of the history of colonialism in Africa. There has been a shift towards validating indigenous art and archaeological material in recent years. This has been happening in South Africa especially since the emergence of democracy in the 1990s, and so, increasingly, we are teaching not European art, but rather concentrating on local and contemporary South African art and popular culture. An enormous shift is taking place, away from a Western history of art.’

This does not mean that the debate on Global Art is conducted in South Africa not just as passionate as in ‘The North’, as the West is called, in South Africa.

Yet most conferences are in the west. The visitors and speakers at these conferences are generally associated with Western universities. They can pay to travel and have the time for research. So most publications on this new quest appear in the west. Only when in the rest of the world will be able to invest, a real debate can start about a “new art” and the meanings of art in a Global / Regional level. Possible this will be soon now the economic forces begin turning toward China, Brazil, India and the middle east. The West seems less and less necessary.

These are interesting times.

——————————————————————-


Literature and other Source

Okwui Enwezor in Contemporary African Art since 1980, chapter 1

Interview online op de Tate Britain site: http://www.channel.tate.org.uk BP British Art Lectures  17 november 2010

http://www.globalartmuseum.de ,  http://www.tandf.co.uk/journals/RWOR,

Is Art History Global, James Elkins, Routlegde 2006, AlterModern, Nicolas Bourriaud, Tate Britain 2009,World Art Studies: Exploring Concepts and Approaches red. Kitty Zijlmans en Wilfried van Damme.Valiz 2008.

‘Situating Contemporary African Art: Introduction’, Contemporary African Art Since 1980, Okwui Enwezor, Chika Okeke-Agulu, Damiani 2009,p 16

Comments are closed.