• Anton de Kom and Donker Duyvis, Donker Duyvis en Anton de Kom

Anton de Kom door Donker DuyvisEnglish below

Jan Adriaan Donker Duyvis Anton de Kom 1938 Pasteltekening op papier. Collectie Tropenmuseum, Amsterdam

In zachte warme pasteltinten portretteert Donker Duyvis hier de Surinaamse vrijheidsstrijder en schrijver Cornelis Gerard Anton de Kom 1898 –1945. De Kom kijkt omlaag, zijn ogen zijn niet te zien. Zijn haar zit tamelijk wild omhoog. Op de bekende foto van Piet Zwart 1885 –1977 uit die tijd heeft hij een vergelijkbaar kapsel. De pastel van Duyvis is een naturalistisch portret, de kleuren in de huid en het haar van De Kom zijn met veel precisie en nuance weergegeven. Het werk heeft verder weinig diepte door de egale achtergrond en de schetsmatige weergave van de kleding.

De zachte, bruin-paarse kleurstelling en decoratieve vlakheid lijkt Donker Duyvis te hebben meegenomen uit zijn geboorteplaats Batavia, het huidige Jakarta. Donker Duyvis wilde arts worden en volgde hiervoor in Nederland een opleiding. Door ziekte moest hij de studie voortijdig beëindigen.

Hij schoolde hierna zichzelf om tot kunstenaar. Volgens de paar recensies die verschenen voelde hij zich in zijn werk aangetrokken tot een zeer divers scala aan onderwerpen. Op tentoonstellingen waren werken te zien met relatief neutrale titels als Een Mulat, Negermaskers en Baboe. Andere titels als Ideaalstrijdster en Opstandige monnik onthullen mogelijk dat hij zich betrokken voelde bij vrijheidsstrijders.

Anton de Kom was zowel in Suriname als in Nederland een vrijheidsstrijder en anti-kolonialist. Hij was in 1921 naar Nederland gekomen en werkte geruime tijd als kantooremployé bij een bank. Langzaamaan werd hij steeds politieker en dat kostte hem uiteindelijk in 1931 zijn baan. In 1932 vertrok hij met zijn gezin naar Suriname voor familiebezoek. Daar aangekomen probeerde hij onder andere het socialisme te introduceren, maar hij werd al snel gevangen genomen en in 1933 het land uitgezet. Volgens het blad de Barnier stonden tweeduizend mensen (‘arbeiders’) hem in Nederland op de kade op te wachten om hem als held te verwelkomen. In Nederland ging hij met zijn gezin in

Den Haag wonen en schrijven voor het blad van het arbeiders- en schrijverscollectief Links Richten. Het blad kwam in 1933 met een speciaal ‘Negernummer’.

Een jaar later verscheen zijn boek Wij slaven van Suriname. Het werd tot ieders verrassing een succes en was snel uitverkocht. Het succes en de inhoud van het boek hadden het vervelende gevolg voor De Kom dat hij hierna nergens meer een baan kreeg.

Zijn gezin verviel in armoede, al publiceerden verschillende bladen nog wel zijn columns. Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog raakte hij betrokken bij het verzet. Hij werd in 1944 opgepakt en kwam in 1945, twee weken voor de bevrijding, om in een buitenkamp van het concentratiekamp Neuengamme, niet ver van Bremen.

Hoe Donker Duyvis en De Kom elkaar hebben ontmoet is onduidelijk. De Kom was, is later gebleken, een goede bekende in het socialistische en communistische kunstenaarsmilieu en bezocht daarnaast regelmatig de Haagse Kunstkring. Mogelijk ontmoetten Donker Duyvis, die ook in Den Haag woonde, en de Surinaamse schrijver elkaar daar.

Literatuur verwijzingen in catalogus Black is beautiful, Rubens tot Dumas

Zie ook Caribische letteren blog. En www.buku.nl

English

Jan Adriaan Donker Duyvis 1887-1960  Anton de Kom 1938, Pastel on paper, Collectie Tropenmuseum, Amsterdam.

Here Donker Duyvis has depicted the Surinamese anti-colonialist, resistance fighter and writer Cornelis Gerard Anton de Kom (1898-1945) in soft, warm, pastel tones. De Kom is looking down so his eyes cannot be seen, while his hair sticks up rather wildly. He sports a similar hairstyle in Piet Zwart’s (1885-1977) well-known photograph of him from this period. Duyvis’ pastel is a naturalistic portrait; the colours in De Kom’s skin and hair have been rendered with great precision and feeling for nuance. There is otherwise little depth for the background is even and the clothing sketchily represented. Donker Duyvis seems to have brought the soft, purple-brown colour scheme and decorative flatness with him from his birthplace of Batavia, now Jakarta.

Donker Duyvis wanted to be a doctor and trained for this in the Netherlands. When illness compelled him to abandon his medical studies, he taught himself to be an artist. According to the few published reviews of his work, he was drawn to an extremely wide range of subjects. At exhibitions he displayed works with relatively neutral titles, such as A mulatto, Negro mask and Baboe. Other titles, such as Woman fighting for ideals and Rebel monk reveal that he may felt a connection with people fighting for freedom.

Anton de Kom fought for freedom both in Surinam and the Netherlands. He came to the Netherlands in 1921 and worked for a bank for many years. His increasingly political attitude eventually cost him his job, in 1931. In 1932 he took his family to Surinam to visit relatives. There he attempted to introduce socialism but was soon imprisoned and expelled from the country in 1933. According to the publication De Barnier 2000 people (‘workers’) were waiting on the quay in the Netherlands to welcome him as a hero. He settled with his family in The Hague and began to write for the journal published by the workers’ and writers’ collective Links Richten, (see picture above) which issued a special ‘negro number’ in 1933.

De Kom’s book Wij slaven van Suriname (see picture above) was published the following year. To everyone’s surprise it proved a success and rapidly sold out. The book’s very success, plus its contents, had troublesome consequences for De Kom as no-one would employ him anymore.

His family became impoverished, even though he continued to publish his columns in various journals. When the Second World War broke out he became involved in the resistance movement. In 1944 he was caught by the Nazis and died in 1945, two weeks before liberation, in an outer camp of the Neuengamme concentration camp, not far from Bremen.

It is not clear how Donker Duyvis and De Kom met each other. De Kom, it later emerged, was well-known in socialist and communist artist circles; he also regularly visited the Kunstkring, so Donker Duyvis, who also lived in The Hague, may have met him there.

Esther Schreuder. See for footnotes the catalogue Black is beautiful Rubens to Dumas 2008

See for short film about Anton de Kom made for the exhibition <Anton de Kom >

Comments are closed.