• Nola Hatterman: Op het terras / On the terras

  • Detail Nola Hatterman Jimmy Lucky

    Detail Nola Hatterman Jimmy Lucky

English below

Nola Hatterman Op het terras, Jimmy van der Lak 1930 Collectie Stichting Stedelijk Museum Amsterdam

Nola Hatterman portretteerde Jimmy van der Lak in 1930 op het terras met een fris glas bier en een opengeslagen krant.

Een van zijn handen heeft hij in een vuist gebald. In de krant, die achter hem ligt, worden allerlei optredens aangekondigd, waarbij de titel Sonny boy in het Royal Theater opvalt. Sonny boy is ook een liedje van de blanke Amerikaanse acteur Al Jolson. Hij werd wereldberoemd door in de eerste geluidsfilm The Jazz Singer 1927, met zwartgemaakt gezicht en stereotiepe dik opgemaakte lippen, de hoofdrol te spelen.

Al Jolson The Jazz Singer     The Jazz Singer (you tube link)

Van der Lak 1903 –1990 is ook een enigszins beroemde en beruchte figuur in Nederland geweest: In een interview in 1970 vertelde hij aan een journalist van Elsevier :

Direct na de school ben ik tapdansen gaan leren. En boksdansen, dat is tussen tapdansen en jive in. Met een revuegezelschap ben ik naar Trinidad gegaan. Dat stond onder leiding van de indertijd beroemde Amerikaan Louis Douglas. Wij gingen op tournee door Europa: België, Duitsland, Nederland en Frankrijk. In Parijs ben ik er uitgestapt en doorgereisd naar Nederland. Daar kwam ik terecht bij een andere groep, de Braziliaanse Kaleidoscoop van prof. Dohrlay, een Zwitser. Wij traden op in het gebouw van Kunsten en Wetenschappen in Den Haag en bezochten Polen, Finland en Letland’ .

Zijn bijnaam was ‘Jimmy Lucky’, al werd hij ook Lacky genoemd. De voorouders van Jimmy waren slaven, afkomstig van de suikerplantage Merveille (ook bekend als Adjakka) aan de Suriname- rivier. Van der Lak had geen moeite om werk te vinden toen hij in 1925 in Amsterdam aankwam. Met de naam Jimmy Lucky maakte hij furore als tapdanser en barkeeper. Als Jimmy Lacky maakte hij korte tijd naam als bokser. Daarnaast werd op de Rijksakademie voor Beeldende Kunsten aan de Stadhouderskade in Amsterdam voor zwarte modellen goed betaald. Ook schreef hij vier kinderboeken die nooit zijn uitgegeven. Zijn boek met 420 recepten voor cocktails wel, in 1969.

In 1932 danste hij in de revue Blank en Bruin en zo af en toe trad hij ook op als gelegenheidsmuzikant. In de film Ballade van den Hoogen Hoed (1936) figureert hij als muzikant met hoge hoed en trompet aan de voet van de Amsterdamse Montelbaanstoren. Als kelner werkte hij eind jaren twintig in Parijs in het restaurant van de Nederlander Leo Faust, Au Neuvième Art aan de Rue Pigalle 55. Terug in Amsterdam werd hij in 1937 chef-kelner in de beroemde Kit Kat Club in de Wagenstraat.

Hatterman laat op haar schilderij een aantal motieven de werkzaamheden die Jimmy in die tijd uitvoert, symboliseren. De gebalde vuist staat voor de bokser Lacky. De optredens in de krant voor de artiest Lucky en het glas bier voor de barman Lucky.

Het schilderij is utgevoerd in de strakke Nieuw-Zakelijke stijl, naar voorbeeld van de Duitse fotograaf August Sander 1876 –1964, de Duitse schilder Chistian Schad 1894 –1982 en de Nederlandse schilder Harmen Meurs 1891 –1964 die ook haar leermeester was geweest.

Een van de kenmerken van de Nieuwe Zakelijkheid is het gebruik van objecten die iets zeggen over de functie van de geportretteerde. Andere kenmerken zijn de ‘strakke’ penseelvoering, het teruggrijpen op vroege renaissancevoorbeelden en het opgeklapte-etalageperspectief. Mens en ding werden zakelijk en helder neergezet, geobjectiveerd. Of zoals Jacob Bendien en An Harrenstein Schräder het verwoordden: ‘De Nieuwe Zakelijkheid echter negeert stemming. Ze legt de nadruk op gesteldheid en niet op gestemdheid. Daarom is ze hard en duidelijk.’

Een jaar eerder had de kunstenaarsvereniging De Onafhankelijke, waar Hatterman lid van was, de
grootste overzichtstentoonstelling gehouden over de Nieuwe Zakelijkheid in Europa. Onder meer was hier werk van Schad te zien geweest.

Bij Hatterman werden donkere mensen en vooral Afro-Surinamers na 1930 haar hoofdonderwerp.Hatterman verhuisde in 1953 naar Suriname, waar zij een kunstopleiding begon. Veel Surinaamse kunstenaars die hun opleiding in de jaren vijftig, zestig en zeventig begonnen, hebben hun eerste lessen van haar gekregen.

Esther Schreuder en Carl Haarnack www.buku.nl.                                                                                                                                                          Met dank aan Ellen de Vries (www.ellendevries.nl) die de biografie Nola.Portret van een kunstenares 2008 over Hatterman schreef

Meer literatuur o.a : Magie en Zakelijkheid tent cat Mus van Moderne Kunst Arnhem 1999-2000, p.
166 De eerste neger, Rudi Kagie 2006, pp. 79-95, 203; zie voor meer referenties: cat Black is
beautiful Rubens tot Dumas  

Nog meer linken onder aan de pagina

—————————————————————————————————————————————-

English

   Nola Hatterman wikipedia

Nola Hatterman (1899-1984)

On the terrace, Jimmy van der Lak, 1930 Stichting Stedelijk Museum Amsterdam

Straight after school I started to learn tap-dancing. And boxer dancing, that’s between tapdancing and jive. I went to Trinidad with a revue company. It was led by the American Louis Douglas who was famous then. We went on tour through Europe: Belgium, Germany, the Netherlands and France. In Paris I left the group and travelled on to the Netherlands. There I ended up in another group, the Brazilian Kaleidoscope, led by Prof. Dohrlay, a Swiss. We performed in the Arts and Sciences building in The Hague and visited Poland, Finland and Latvia,’ recalled Jimmy van der Lak (1903- 1990), the subject of this portrait, speaking to a journalist from Elsevier in 1970.

His nickname was ‘Jimmy Lucky’, although he sometimes called himself Lacky too. Jimmy’s ancestors were slaves, from the Merveille, or Adjakka, sugar plantation on the Suriname River.

Van der Lak had no trouble finding work when he arrived in Amsterdam in 1925. As Jimmy Lucky he caused quite a stir as a tap dancer and barkeeper; as Jimmy Lacky he briefly made a name for himself as a boxer. At the Rijksakademie voor Beeldende Kunsten on Stadhouderskade in Amsterdam he received good rates for modelling. He also wrote four children’s books which were never published, although his book with 420 recipes for cocktails was, in 1969. In 1932 Van der Lak danced in the revue Blank en Bruin (White and Brown). Occasionally he performed as a musician too. In the 1936 film Ballade van den Hoogen Hoed (Ballad of the Tall Hat) he figured as a musician with a tall hat and trumpet at the foot of the Montelbaanstoren in Amsterdam. In the late 1920s he worked as a waiter in Paris at the restaurant run by the Dutchman Leo Faust, Au Neuvième Art, at 55 rue Pigalle 55. Back in Amsterdam he worked in 1937 as head waiter at the renowned Kit Kat Club in Wagenstraat.

Nola Hatterman portrayed Jimmy in 1930, on a terrace with a cold glass of beer and an open newspaper. One of his hands is clenched into a fist. In the newspaper there are announcements of all kinds of performances, with the title Sonny boy in the Royal Theater particularly prominent. Sonny boy is also a song by Al Jolson, the white actor and singer who became world famous playing the lead role, blacked up and with stereotypically thick, made-up lips, in the first talking picture The Jazz Singer (1927).

Nola Hatterman Op het terras collectie Stedelijk Museum Amsterdam detail      Al Johnson Sonny Boy

 Detail Nola Hatterman Jimmy Lucky                                                   Al Jolson with click  Sonny Boy 

In this painting Hatterman has included a number of motifs that symbolise Jimmy’s activities in the period. The clenched fist stands for Lacky the boxer, the performances listed in the paper for Lucky
the artiste and the glass of beer for Lucky the barman. The painting has been executed in the severe style characteristic of New Objectivity, following the example of the German photographer August Sander (1876-1964), the German painter Christian Schad (1894-1982) and her teacher the painter Harmen Meurs (1891-1964).

One of the characteristics of New Objectivity is the use of objects that say something about the function of a portrait’s subject. Other characteristics are the ‘tight’ brush technique, the revival of early Renaissance models and the tilted, shop-window perspective. People and things are clinically and clearly rendered or objectified. Or as Jacob Bendien and An Harrenstein-Schräder articulated it: ‘The New Objectivity ignores mood however. It places the emphasis on state and not on disposition. This is why it is hard and clear.’ A year before Hatterman painted this work the society of artists to which Hatterman belonged, De Onafhankelijke, had held the largest exhibition of New Objectivity to date in Europe. Amongst the work on show were pictures by Schad.

Christian Schad Sonja Artnet   Christian Schad Sonja

After 1930 Hatterman’s main subject became dark-skinned people, in particular Afro-Surinamese. In 1953 she moved to Surinam, where she opened an art college. Many Surinamese who started their art training in the 1950s, 1960s and 1970s received their first lessons from her.

Esther Schreuder en Carl Haarnack (www.buku.nl)  in the Black is beautiful Rubens to Dumas catalogue . With thanks to Ellen de Vries (www.ellendevries.nl) who published a the biography of Hatterman: Nola Portret van een kunstenares 2008.

Further Literature: De eerste neger, Rudi, Kagie 2006, pp. 79-95, 203; Magie en Zakelijkheid: Arnhem 1999-2000, p. 166; more literature in the Catalogue Black is beautiful Rubens to Dumas 2008

Links:

Jimmy film see >Jimmy van der Lak<

>http://persenpolitie.nl/negercabarets-1935-1941/<

Bovenstaand onderzoek is mogelijk gemaakt door een bijdrage van het de Mondriaan Stichting en het VSB fonds. Research made possible hrough funding from the Mondriaan Foundation, the VSB fund,

Comments are closed.

%d bloggers like this: